Home › Insolventie & herstructurering › Faillissement aanvragen als schuldeiser: drukmiddel en sluitstuk
Faillissement aanvragen als schuldeiser: drukmiddel en sluitstuk
Wanneer een faillissementsverzoek het incassotraject versnelt, wat het vergt, en waar de grenzen liggen.
In het kort
Een schuldeiser kan het faillissement van zijn debiteur aanvragen wanneer summierlijk blijkt van zijn vorderingsrecht en van feiten die meebrengen dat de debiteur verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen. Daarvoor is naast de eigen vordering pluraliteit vereist: ten minste één steunvordering van een andere schuldeiser. Het verzoek gaat via een advocaat naar de rechtbank en dient doorgaans binnen enkele weken. In de praktijk werkt de aanvraag vaak als incassomiddel: veel debiteuren betalen alsnog vóór de zitting.
Wanneer een faillissementsaanvraag in beeld komt
Het verzoek is geen doel op zich: de meeste aanvragen door schuldeisers eindigen niet in een faillissement maar in betaling of een regeling vóór de zitting. Dat maakt het instrument geschikt voor vorderingen waarover geen serieuze inhoudelijke discussie bestaat. Wordt de vordering gemotiveerd betwist, dan hoort het geschil bij de gewone rechter thuis en ligt afwijzing van het faillissementsverzoek op de loer.
De vereisten: vorderingsrecht en pluraliteit
De grondslag. Het pluraliteitsvereiste staat niet in de wet, maar berust op vaste rechtspraak van de Hoge Raad: het faillissement dient om het vermogen onder de gezámenlijke schuldeisers te verdelen, en daarmee strookt geen faillietverklaring op verzoek van iemand die de enige schuldeiser is (o.a. HR 11 juli 2014, ABN AMRO/Berzona; HR 24 maart 2017).
De steunvordering. Aan de steunvordering worden lage eisen gesteld: zij hoeft niet opeisbaar te zijn, de omvang hoeft niet vast te staan en het hoeft geen geldvordering te zijn — voldoende is dat de vordering ter verificatie in het faillissement zou kunnen worden ingediend. De steunschuldeiser hoeft niet mee te werken, niet aan te dringen op betaling en zelfs niet in te stemmen: ook de vordering van een schuldeiser die uitdrukkelijk géén faillissement wenst, telt mee. De Hoge Raad bevestigde de lijn nog in mei 2025, in een zaak waarin obligatiehouders ondanks een privatieve last aan een stichting zelf schuldeiser bleven voor het pluraliteitsvereiste.
In de voorbereiding is dit vaak het echte werk: het vinden en documenteren van een bruikbare steunvordering, bijvoorbeeld via het handelsverkeer, gepubliceerde beslagen of navraag bij branchegenoten.
Noodzakelijk, niet voldoende. Pluraliteit is nodig, maar niet genoeg: daarnaast moet zelfstandig summierlijk blijken dat de debiteur verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen, en moet uw eigen vordering summierlijk deugdelijk en opeisbaar zijn. Een serieus betwiste vordering doorstaat die toets vaak niet.
De procedure
Ter zitting kan het faillissement direct worden uitgesproken. De debiteur kan aanhouding vragen om alsnog te betalen, een regeling te treffen of een WHOA-traject te starten; de rechtbank beslist daarover per geval. Wordt het faillissement uitgesproken, dan benoemt de rechtbank een curator en een rechter-commissaris, en verschuift uw positie van aanvrager naar schuldeiser in het faillissement: uw vordering dient u dan ter verificatie in bij de curator.
Intrekking. Betaalt de debiteur vóór de zitting, dan trekt u het verzoek in. Dat is in incassosituaties de meest voorkomende en vaak de gewenste uitkomst.
WHOA-verweer. Aanhouding wegens een WHOA-traject is geen automatisme. Alleen een gelijktijdig, serieus verzoek tot aanwijzing van een herstructureringsdeskundige schorst de behandeling van rechtswege (artikel 3d Fw); een verzoek dat er alleen op is gericht tijd te kopen, wordt als misbruik van bevoegdheid gepasseerd. Loopt er al een afkoelingsperiode, dan toetst de rechtbank bij verlenging of er belangrijke vooruitgang in het akkoord is — zonder die vooruitgang gaat de behandeling van het faillissementsverzoek gewoon door.
Drukmiddel: kracht en grenzen
De juridische grens. De maatstaf is die van misbruik van bevoegdheid (artikel 3:13 BW): een aanvraag gebaseerd op feiten waarvan de aanvrager de onjuistheid kende of moest kennen, of met geen ander doel dan schaden, gaat over de grens. Daarbuiten is de rechtspraak terughoudend: dat een faillissementsaanvraag ook de onderhandelingspositie versterkt, maakt haar niet oneigenlijk zolang er een reëel verhaalsbelang is.
De veilige route: gebruik de aanvraag voor onbetwiste, opeisbare vorderingen met een aantoonbare steunvordering, en wees bereid om door te zetten als betaling uitblijft. Wie aanvraagt zonder de intentie of de basis om het faillissement daadwerkelijk uitgesproken te krijgen, riskeert afwijzing, een kostenveroordeling en in uitzonderlijke gevallen aansprakelijkheid. Ook praktisch is er een grens: in een faillissement bent u concurrent schuldeiser — als de boedel leeg is, levert het faillissement zelf u weinig op. Het drukmiddel werkt juist dáárom het best vóór de zitting.
Wat het kost
Zet de kosten af tegen de vordering én tegen het alternatief: een bodemprocedure duurt langer en kost meer. Voor onbetwiste vorderingen van enige omvang is de faillissementsaanvraag daarom vaak de efficiëntste route, mits de debiteur verhaal biedt of onder druk kan betalen. Ook hier adviseren wij nuchter: biedt de debiteur evident geen verhaal, dan zeggen wij dat vooraf.
Veelgestelde vragen
Hoeveel schuldeisers zijn er nodig voor een faillissementsaanvraag?
Naast uw eigen opeisbare vordering moet blijken dat de schuldenaar meerdere schuldeisers onbetaald laat: het pluraliteitsvereiste. In de praktijk wordt dat ingevuld met ten minste één steunvordering van een andere schuldeiser.
De steunvordering hoeft niet opeisbaar te zijn en de andere schuldeiser hoeft niet mee te verzoeken; wel moet het bestaan ervan aannemelijk zijn.
Wat kost een faillissement aanvragen als schuldeiser?
Het griffierecht voor het verzoekschrift bedraagt in 2026 € 735 voor rechtspersonen en € 341 voor natuurlijke personen. Voor het verzoek is een advocaat verplicht; wij werken met een prijsafspraak vooraf.
Betaalt de debiteur alsnog vóór de zitting, dan kan het verzoek worden ingetrokken. In veel incassosituaties is dat precies de uitkomst waar het om te doen was.
Hoe snel wordt een faillissement uitgesproken?
Na indiening van het verzoekschrift volgt doorgaans binnen enkele weken een behandeling in raadkamer; ter zitting kan het faillissement direct worden uitgesproken wanneer summierlijk blijkt van uw vorderingsrecht en van feiten die meebrengen dat de schuldenaar in de toestand verkeert te hebben opgehouden te betalen.
De schuldenaar kan om aanhouding vragen, bijvoorbeeld voor een betalingsregeling of een WHOA-traject; de rechtbank beslist daarover per geval.
Wat gebeurt er als de debiteur alsnog betaalt?
Dan wordt het verzoek ingetrokken en volgt geen faillissement. De druk van een aanstaande faillissementszitting is in de praktijk vaak effectiever dan een reeks aanmaningen.
Betaalt de debiteur alleen uw vordering om het pluraliteitsvereiste te doorbreken, dan ontvalt de basis aan het verzoek; ook dan is uw incassodoel bereikt.
Lees ook over het bredere onderwerp
Insolventie & herstructurering →Verwante artikelen
Plan een eerste gesprek
We luisteren naar uw situatie en geven aan of, en hoe, wij u kunnen bijstaan.