Huurprijsherziening bedrijfsruimte: de 7:303-procedure in de praktijk
Hoe een huurder of verhuurder van 7:290-bedrijfsruimte de huurprijs kan laten herzien op marktconformiteit.
In het kort
Artikel 7:303 BW geeft huurder en verhuurder het recht de huurprijs van 290-bedrijfsruimte door de rechter nader te laten vaststellen. Geldt de overeenkomst voor bepaalde tijd, dan kan dat na afloop van de overeengekomen duur; in alle andere gevallen telkens na vijf jaar sinds de laatste vaststelling. De vordering is alleen ontvankelijk met een advies van een gezamenlijk benoemde deskundige, of na benoeming door de rechter op verzoek. De maatstaf is het gemiddelde van vergelijkbare huurprijzen ter plaatse over de vijf jaar voorafgaand aan de vordering, herleid naar het prijspeil op dat moment.
Wat artikel 7:303 BW behelst
Artikel 7:303 BW is de wettelijke regeling voor herziening van de huurprijs in 7:290 BW-bedrijfsruimte. De wetgever heeft erkend dat huurprijzen over jaren kunnen wegdrijven van de marktwaarde, en heeft beide partijen het recht gegeven om herziening te vorderen wanneer de afwijking substantieel is geworden.
Reikwijdte: alleen 7:290 BW-bedrijfsruimte. De regeling geldt uitsluitend voor publieksgerichte bedrijfsruimte: winkels, horeca, ambachtsbedrijven, afhaalpunten, en andere ruimten waar publiek over de vloer komt voor goederen of diensten. Voor 7:230a BW-bedrijfsruimte (kantoren, magazijnen, productieruimten, datacenters) bestaat geen vergelijkbaar wettelijk recht. Daar geldt contractvrijheid: de huurovereenkomst zelf bepaalt of en hoe huurprijswijziging mogelijk is.
Het wettelijke principe. De huurprijs moet bij wijziging overeenkomen met die van vergelijkbare bedrijfsruimten ter plaatse over de vijf jaar voorafgaand aan de vordering. Dit is geen marktprijs op het moment van de vordering, maar een gemiddelde over een meerjarige periode. Hierdoor worden tijdelijke pieken of dalen in de markt afgevlakt, en blijft de uitkomst stabieler dan bij directe markttoetsing.
Dwingend recht. Artikel 7:303 BW is van dwingend recht voor 7:290-bedrijfsruimte. Een beding dat ten nadele van de huurder afwijkt kan worden vernietigd, tenzij de rechter het heeft goedgekeurd op grond van artikel 7:291 BW. Die goedkeuringsroute is voor artikel 7:303 BW niet uitgesloten; alleen voor artikel 7:307 BW noemt de wet die uitzondering met zoveel woorden. Goedkeuring wordt gegeven wanneer het beding de rechten van de huurder niet wezenlijk aantast, of de maatschappelijke positie van de huurder de bescherming redelijkerwijs niet vergt. Dit beschermt zowel huurder als verhuurder, maar betekent ook dat partijen niet kunnen kiezen voor een afwijkende systematiek (zoals jaarlijkse marktindexering tegen ROZ-CPI).
Verschil met indexering. De wettelijke regeling staat los van de jaarlijkse indexering die in vrijwel elke huurovereenkomst staat (typisch CPI-indexering). Indexering houdt de huurprijs gelijk in koopkrachttermen; herziening op grond van artikel 7:303 BW past de huurprijs aan op marktontwikkelingen die niet via indexering worden opgevangen. Beide systemen werken naast elkaar.
Wanneer een huurprijswijziging kan worden gevorderd
De wet bepaalt twee momenten waarop herziening kan worden gevorderd.
De overeenkomst voor bepaalde tijd. Geldt de huurovereenkomst voor bepaalde tijd, dan kan elke partij nadere vaststelling vorderen na afloop van de overeengekomen duur. Artikel 7:303 lid 1 sub a knoopt bij een overeenkomst voor bepaalde tijd aan bij de afloop van de overeengekomen duur. Bij een overeenkomst van tien jaar is dat dus jaar tien, niet jaar zes. Sub b geldt in alle andere gevallen, telkens wanneer ten minste vijf jaar zijn verstreken sinds de dag waarop de laatste door partijen vastgestelde huurprijs is ingegaan, of waarop de laatste door de rechter vastgestelde huurprijs is gevorderd.
Bij overgang naar een tweede termijn. De wet kent voor 7:290 BW de gangbare termijnen: een eerste termijn van vijf jaar, gevolgd door een tweede termijn van vijf jaar (samen tien jaar). Bij overgang naar de tweede termijn ontstaat opnieuw een herzieningsmoment, ook wanneer in de eerste termijn al een herziening heeft plaatsgevonden. Daarna geldt opnieuw een vijf-jaars-cyclus.
Eenmaal-per-vijf-jaar-regel. Een herziening kan niet vaker dan eens per vijf jaar plaatsvinden. De termijn van vijf jaar loopt vanaf de dag waarop de laatste door partijen vastgestelde huurprijs is ingegaan, of waarop de laatste door de rechter vastgestelde huurprijs is gevorderd. Dat aanvangsmoment bepaalt wanneer een volgende vordering openstaat.
Andere triggers buiten artikel 7:303. Wanneer er substantiële wijzigingen zijn in het pand (verbouwing, uitbreiding, verkleining), kunnen partijen ook buiten de vijf-jaars-cyclus tot een aanpassing komen. Dit vraagt doorgaans om onderhandelingen of een specifieke clausule in de huurovereenkomst, niet om de algemene 7:303-procedure.
Wanneer de procedure niet werkt. De regeling geldt niet wanneer partijen anders zijn overeengekomen op een wijze die binnen de wettelijke kaders past, of wanneer er geen 'vergelijkbare bedrijfsruimte ter plaatse' is om de huurprijs aan te toetsen (bijvoorbeeld voor een unieke locatie of een specifiek pand zonder marktvergelijk). In die gevallen volgt een afwijkende beoordeling door de rechter.
Opzegging is geen alternatief. De Hoge Raad bevestigde in 2025 (ECLI:NL:HR:2025:1962) het systeemverband tussen opzeggingsbescherming en huurprijsherziening: de verhuurder die enkel een hogere huurprijs wil, kan dat niet via opzegging van de huurovereenkomst bereiken, maar is aangewezen op de weg van artikel 7:303 en 7:304 BW. De vijfjaarstermijn beschermt daarbij beide kanten: de huurder tegen scherpe stijgingen, de verhuurder tegen dalende prijzen.
De momenten waarop u kunt vorderen, volgen de huurtermijnen van bedrijfsruimte: na afloop van de eerste overeengekomen duur, en daarna telkens wanneer ten minste vijf jaar sinds de laatste vaststelling zijn verstreken.
De eerste horde: het deskundigenadvies van artikel 7:304 BW
Voordat de inhoud aan bod komt is er een ontvankelijkheidsvraag, en daar sneuvelen vorderingen op nog voordat over de huurprijs is gesproken.
De hoofdregel. Artikel 7:304 lid 1 BW bepaalt dat een vordering tot nadere huurprijsvaststelling slechts ontvankelijk is indien deze vergezeld gaat van een advies omtrent de nadere huurprijs, opgesteld door een of meer door partijen gezamenlijk benoemde ter zake deskundigen. Zonder zo een advies komt de rechter aan de inhoud niet toe.
Geen overeenstemming over de deskundige. Lid 2 geeft dan de uitweg: de rechter benoemt een deskundige op verzoek van de meest gerede partij. Dat verzoek gaat bij verzoekschrift. De vordering tot nadere vaststelling zelf wordt bij dagvaarding ingesteld.
Voorafgaand overleg is een vereiste. De Hoge Raad heeft in het arrest van 4 oktober 2013 (ECLI:NL:HR:2013:856) geoordeeld dat voor ontvankelijkheid van het verzoek is vereist dat partijen geen overeenstemming hebben bereikt over een gezamenlijk te benoemen deskundige, en dat de verzoeker dat in het verzoekschrift moet stellen. Aan de inhoud van dat overleg worden geen hoge eisen gesteld; wel moet serieus en zonder onnodige vertraging worden gereageerd op een uitnodiging of voorstel.
Een gebrek is niet te herstellen. Het gerechtshof Amsterdam oordeelde in de zaak die tot dat arrest leidde (ECLI:NL:GHAMS:2012:BY1906, 17 juli 2012) dat een omissie in het voorafgaande overleg niet na indiening van het verzoekschrift kan worden geheeld. Wie zonder overleg naar de rechter stapt, begint opnieuw.
Waarom de datum ertoe doet. Wordt een benoemingsverzoek gedaan, dan geldt op grond van artikel 7:304 lid 2 BW de dag van dat verzoek voor de toepassing van artikel 7:303 leden 1, 2 en 4 als de dag waarop de vordering is ingesteld. Dat bepaalt zowel het vijfjaarstijdvak waarover wordt vergeleken als de ingangsdatum van de nieuwe huurprijs. Een maand wachten met het verzoek is dus een maand latere ingangsdatum.
Wat dit voor de verhuurder betekent. Leg het overleg over de deskundige schriftelijk vast, inclusief data en reacties. Dat dossier is bij een geschil over de ontvankelijkheid het enige bewijs dat u heeft, en het bepaalt of uw vordering wordt behandeld of afgewezen zonder inhoudelijke beoordeling.
De waardebepaling: vergelijking met soortgelijke bedrijfsruimte
De kern van de procedure is de vergelijking met andere bedrijfsruimten. Drie criteria spelen een rol.
Soortgelijke bedrijfsruimte. De vergelijking moet plaatsvinden met bedrijfsruimte van dezelfde categorie en functie. Een winkel op een A-locatie wordt vergeleken met andere winkels op A-locaties, niet met kantoorruimte of horeca. Een horecazaak met andere horecazaken in vergelijkbare segment. De interpretatie van 'soortgelijke' is een belangrijk discussiepunt in de procedure.
Ter plaatse. De vergelijking is geografisch beperkt: dezelfde stad, vaak dezelfde wijk of straat. Voor winkels in een binnenstad wordt typisch de directe omgeving aangehouden. Voor uniekere panden kan dit gebied breder zijn, maar de vergelijking moet plaatsen omvatten waar de markt werkelijk vergelijkbaar is.
Vijf-jaars-gemiddelde. De huurprijs wordt vergeleken met die van soortgelijke bedrijfsruimten in de vijf jaar voorafgaand aan de vordering. Niet de marktwaarde op het moment zelf, maar het gemiddelde over de periode. Dit zorgt voor stabiliteit: een markpiek of marktdal in een specifiek jaar weegt minder zwaar dan in een directe-markttoetsing.
De gegevens komen uit gerealiseerde transacties. De vergelijking is gebaseerd op werkelijk afgesloten huurovereenkomsten in de relevante periode, niet op vraagprijzen of asking-rents. Voor de deskundige is toegang tot een database van gerealiseerde transacties cruciaal. Externe huurmarktanalysten (zoals JLL, Cushman & Wakefield, of regionale specialisten) hebben deze data, en hun rapportages worden in 7:303-procedures vaak gehanteerd.
Correcties op de uitkomst. De deskundige past correcties toe voor eigenaardigheden van het pand: oppervlakte, lay-out, ligging in een complex, kwaliteit van de afwerking, aanwezigheid van bijzondere voorzieningen. Een kale huurprijs van een vergelijkbare ruimte wordt zo getransformeerd naar een verwachte huurprijs voor het specifieke pand in het geschil.
De procedure: BHAC en kantonrechter
De procedure kent twee hoofdroutes.
Route 1: gezamenlijke benoeming van een deskundige. Wanneer partijen het eens zijn over de wenselijkheid van herziening maar niet over de uitkomst, kunnen ze gezamenlijk een deskundige benoemen die advies uitbrengt over een marktconforme huurprijs. Het advies kan vervolgens onderhandelingsbasis zijn, of partijen verbinden zich vooraf aan het advies (bindend advies). Sneller en goedkoper dan een procedure bij de kantonrechter, maar vraagt wel om bereidheid tot samenwerking.
Route 2: benoeming door de rechter. Hier lopen twee procedures door elkaar die goed uit elkaar gehouden moeten worden. Het verzoek om benoeming van een deskundige gaat op grond van artikel 7:304 lid 2 BW bij verzoekschrift. De vordering tot nadere vaststelling van de huurprijs zelf wordt bij dagvaarding ingesteld. Bereiken partijen geen overeenstemming over de deskundige, dan benoemt de rechter er een op verzoek van de meest gerede partij.
De rol van de Bedrijfshuuradviescommissie. De BHAC is een commissie die door rechtbanken wordt ingeschakeld voor onafhankelijke huurprijsadviezen. De commissie bestaat doorgaans uit professionals met expertise in vastgoed (taxateurs, makelaars, juristen). Het BHAC-advies weegt zwaar in de procedure.
Procesverloop.
Indiening van het verzoekschrift door de vorderende partij. Verweer door de wederpartij. Benoeming van de deskundige (BHAC of een individuele expert). Onderzoek door de deskundige: bezichtiging, dataverzameling, rapportage. Reactie van partijen op het concept-rapport. Definitief rapport. Mondelinge behandeling bij de kantonrechter. Vonnis met vaststelling van de nieuwe huurprijs.
Duur van de procedure. Typisch zes tot twaalf maanden vanaf het verzoekschrift tot het vonnis. Bij hoger beroep kan dit verdubbelen. De procedure is daarmee minder geschikt voor partijen die een snelle uitkomst nodig hebben.
Inwerkingtreding van de nieuwe huurprijs. Op grond van artikel 7:303 lid 4 BW geldt de nader vastgestelde huurprijs met ingang van de dag waarop deze is gevorderd, tenzij de rechter op vordering van een partij wegens bijzondere omstandigheden een andere ingangsdatum vaststelt. Is eerst een deskundige benoemd op verzoek, dan geldt op grond van artikel 7:304 lid 2 BW de dag van dat verzoek als de dag waarop de vordering is ingesteld, en dat werkt door in zowel het vijfjaarstijdvak als de ingangsdatum. De rechter kan daarbij bepalen dat de huurprijs gedurende ten hoogste vijf jaar geleidelijk wordt aangepast.
Wat kost een 7:303-procedure
Griffierecht. De procedure loopt bij de kantonrechter. De vordering wordt in de regel behandeld als zaak van onbepaalde waarde; het griffierecht bedraagt dan in 2026 € 139 voor rechtspersonen en € 93 voor natuurlijke personen (tarieven 2026, rechtspraak.nl). Wordt de vordering op een geldswaarde gewaardeerd, dan kan een hogere staffel gelden. Griffierecht is vrijgesteld van btw.
Het deskundigenadvies. Het deskundigenadvies is naast de advocaat de grootste kostenpost. Een BHAC-rapport of het rapport van een gezamenlijk benoemde deskundige kost doorgaans enkele duizenden euro's, afhankelijk van de omvang van het vergelijkingsonderzoek. Wie de deskundige betaalt, volgt uit de afspraak tussen partijen of uit de proceskostenveroordeling.
Advocaatkosten. Wij werken met een heldere prijsafspraak vooraf, per fase: eerst de analyse en het deskundigentraject, daarna pas de procedure bij de kantonrechter. U beslist per fase of doorzetten loont.
De afweging. Zet de totale kosten af tegen het jaarbelang maal de resterende looptijd. Bij een correctie van € 15.000 per jaar en nog zeven jaar looptijd gaat de procedure over ruim een ton. In de praktijk eindigt een aanzienlijk deel van de zaken in een regeling zodra het deskundigenadvies er ligt; ook dat scenario hoort in de afweging.
Wat het ROZ-model over huurprijswijziging regelt
Het ROZ-model koppelt de jaarlijkse huurprijsaanpassing aan de consumentenprijsindex. Die indexering is iets anders dan herziening: indexering houdt de koopkracht van de huurprijs gelijk, herziening corrigeert een structurele afwijking van de markthuur. Beide sporen bestaan naast elkaar.
Een ROZ-contract dat over herziening zwijgt, laat de wettelijke route van artikel 7:303 BW volledig intact. De bepaling is dwingend recht voor 290-bedrijfsruimte: bedingen die de herziening beperken zijn alleen geldig met goedkeuring van de rechter op grond van artikel 7:291 BW. Wie in een lopend ROZ-contract een huurprijs heeft die ver van de markt is weggedreven, heeft de herzieningsroute dus vrijwel altijd tot zijn beschikking.
Vaak voorkomende situaties
Twee scenario's komen het vaakst voor.
Scenario 1: huurder vordert verlaging. Een winkelier of horecaondernemer ziet dat zijn buurman in een vergelijkbaar pand een aanzienlijk lagere huurprijs betaalt. Hij start een 7:303-procedure om zijn huurprijs op vergelijkbaar niveau te brengen. Vooral in dalende markten (na een crisis, bij retail-leegloop) wordt dit instrument veel gebruikt door huurders. Een succesvolle vordering werkt door in de huurlasten voor de resterende looptijd.
Scenario 2: verhuurder vordert verhoging. Wanneer de markt is aangetrokken en de zittende huurder een 'oude' huurprijs betaalt die ver onder marktconform ligt, kan de verhuurder een verhoging vorderen. Dit speelt vaak bij langjarige huurders die al tien of vijftien jaar in een pand zitten met een huurprijs die alleen via indexering is meegegroeid. Voor de verhuurder kan dit een aanzienlijk rendementsherstel opleveren.
Verbeteringen op kosten van de huurder. Artikel 7:303 lid 3 BW bepaalt dat de rechter een vordering tot verhoging afwijst voor zover die is gegrond op verbeteringen die de huurder zelf heeft bekostigd. Een verhuurder die investeringen van de huurder in zijn onderbouwing verwerkt, verzwakt daarmee zijn eigen vordering.
Belang van de timing. Voor de huurder is een dalende markt het beste moment om de procedure te starten. Voor de verhuurder is een net-aangetrokken markt het ideale moment, mits er voldoende vergelijkings-transacties beschikbaar zijn die het verhoogde niveau onderbouwen.
Strategische overweging: onderhandelen of procederen. Veel partijen onderhandelen liever dan dat ze procederen. Een 7:303-vordering wordt soms ingezet als drukmiddel: de andere partij weet dat de procedure substantiële kosten met zich brengt en dat de uitkomst vooraf grotendeels voorspelbaar is. Een regeling in onderhandeling is doorgaans goedkoper en sneller dan doorprocederen tot vonnis.
Dit speelt ook na een pandtransactie: omdat koop breekt geen huur, is de koper aan de lopende huurprijs gebonden en staat ook hem alleen de weg van artikel 7:303 BW open.
Praktische tips
Voor de huurder: verzamel marktdata vroegtijdig. Wanneer u vermoedt dat uw huurprijs ver boven marktconform ligt, vraag uw makelaar of huurmarkt-adviseur om een vergelijkende analyse. Daarmee krijgt u een onderbouwde inschatting van uw kansen voordat u kosten maakt aan een procedure. Pas wanneer die positief is, start u de formele procedure.
Voor de verhuurder: documenteer marktverhoging. Een verhuurder die wil verhogen, moet kunnen aantonen dat de huidige huurprijs ver onder marktconform ligt. Houd een dossier bij van recente vergelijkbare huurtransacties in het complex, in de straat, in de wijk. Deze dataverzameling vooraf maakt een eventuele procedure aanzienlijk sterker.
Schakel tijdig een expert in. De 7:303-procedure is technisch en feitelijk. Een ervaren bedrijfshuur-advocaat in samenwerking met een onafhankelijke huurmarkt-analist levert doorgaans een sterker dossier op dan een poging om dit zelf rond te krijgen. Weeg de kosten af tegen het jaarlijkse belang en de resterende looptijd van de huurovereenkomst.
Onderhandel parallel aan de procedure. Wanneer een procedure loopt, is dit vaak het beste moment voor onderhandelingen. Beide partijen hebben een idee van de richting van de uitkomst, en een geschikte regeling vermijdt verdere kosten en onzekerheid. Een goede advocaat houdt beide sporen open.
Kies bewust tussen BHAC-route en eigen deskundige. De BHAC is gezaghebbend maar werkt op eigen tempo en met eigen methoden. Een gezamenlijk benoemde individuele deskundige kan sneller en specifieker werken, vooral wanneer het gaat om bijzondere panden of complexe vergelijkingen. De keuze hangt af van wat strategisch het beste past.
Bij hoger beroep: heroverweeg. Hoger beroep verdubbelt de kosten en de tijd, met een onzekere uitkomst. Wanneer het BHAC-advies en het kantonrechtersvonnis dezelfde richting wijzen, is hoger beroep doorgaans niet zinvol. Wanneer er sprake is van een wezenlijk procedure-fout of een onbegrijpelijke afwijking van de deskundige, kan het wel waardevol zijn.
Huurprijsherziening speelt het vaakst bij horeca en winkels; zie ook onze sectorpagina's horeca en retail & franchise.
Bronnen en vindplaatsen
De belangrijkste vindplaatsen bij dit artikel. Wetteksten via wetten.overheid.nl (de officiële publicatie), uitspraken via rechtspraak.nl.
Wetgeving
Rechtspraak
- Gerechtshof Amsterdam 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BY1906
- Hoge Raad 2013, ECLI:NL:HR:2013:856
- Hoge Raad 2025, ECLI:NL:HR:2025:1962
- Hoge Raad 3 april 2015 (Centre Hotel), ECLI:NL:HR:2015:823
- Hoge Raad 14 oktober 2022 (Achilles Brandstoffen Maatschappij), ECLI:NL:HR:2022:1447
- Hoge Raad 9 augustus 2013 (Stern/Gulf), ECLI:NL:HR:2013:BZ9951
Veelgestelde vragen
Hoe werkt huurprijsherziening bij zakelijke huur?
Voor 290-bedrijfsruimte kunnen huurder en verhuurder na afloop van de overeengekomen termijn (meestal 5 jaar) huurprijsherziening vragen op basis van vergelijkbare bedrijfsruimte ter plaatse (artikel 7:303 BW). De rechter benoemt een deskundige. Voor 230a geldt geen wettelijk regime: alleen wat partijen contractueel hebben afgesproken telt.
Wanneer kan ik mijn huurprijs van een winkel laten herzien?
Artikel 7:303 lid 1 BW kent twee aanknopingspunten. Geldt de overeenkomst voor bepaalde tijd, dan kan nadere vaststelling worden gevorderd na afloop van de overeengekomen duur. In alle andere gevallen telkens wanneer ten minste vijf jaar zijn verstreken sinds de dag waarop de laatste door partijen vastgestelde huurprijs is ingegaan, of waarop de laatste door de rechter vastgestelde huurprijs is gevorderd. De wettelijke maatstaf is overeenkomst met soortgelijke bedrijfsruimten ter plaatse over de afgelopen vijf jaar. De procedure verloopt via de kantonrechter, met advies van de Bedrijfshuuradviescommissie (BHAC). Lees verder: de huurprijsprocedure van artikel 7:303 BW.
Kan het ROZ-model een huurprijsherziening via artikel 7:303 BW uitsluiten?
Nee, in de regel niet. Artikel 7:303 BW is dwingend recht voor 290-bedrijfsruimte: bedingen die de herziening beperken of uitsluiten zijn doorgaans alleen geldig met goedkeuring van de rechter op grond van artikel 7:291 BW. Het ROZ-model regelt wel de jaarlijkse indexering, waarbij de huurprijs de consumentenprijsindex volgt, maar dat is iets anders dan herziening: indexering houdt de koopkracht gelijk, herziening corrigeert een structurele afwijking van de markthuur. Beide sporen bestaan naast elkaar. Zwijgt uw ROZ-contract over herziening, dan staat de wettelijke route van artikel 7:303 BW voor u open zodra aan de wettelijke termijnen is voldaan.
Wat is de 303-procedure?
De 303-procedure is de wettelijke route van artikel 7:303 BW om de huurprijs van 290-bedrijfsruimte (winkels, horeca) door de kantonrechter opnieuw te laten vaststellen op het niveau van vergelijkbare bedrijfsruimte ter plaatse, gerekend over de vijf voorafgaande jaren.
De procedure begint met een deskundigenadvies (artikel 7:304 BW) en eindigt met een vonnis dat terugwerkt tot de dag waarop de vordering is ingesteld.
Wat kost een huurprijsherziening?
De kosten bestaan uit griffierecht bij de kantonrechter (in 2026 € 139 voor rechtspersonen bij een zaak van onbepaalde waarde), het deskundigenadvies (doorgaans enkele duizenden euro's) en advocaatkosten, bij ons met een prijsafspraak vooraf per fase.
Tegenover die kosten staat het jaarlijkse belang maal de resterende looptijd van de huurovereenkomst. Bij een correctie van € 15.000 per jaar en zeven jaar resterende looptijd gaat de zaak over ruim een ton.
Hoe lang duurt een 7:303-procedure?
Typisch zes tot twaalf maanden van verzoekschrift tot vonnis. Een minnelijke regeling nadat het deskundigenadvies er ligt, is vaak maanden sneller.
De nieuwe huurprijs werkt terug tot de dag waarop de vordering is ingesteld. De duur van de procedure kost dus geen geld; wachten met starten wél.
Lees ook over het bredere onderwerp
Vastgoedrecht →
Advocaat ondernemingsrecht en vastgoed in Amsterdam Zuidas. Schrijft deze kennisbank voor ondernemers die eerst zelf willen begrijpen waar ze staan.
Verwante artikelen
Een huur- of vastgoedkwestie bespreken?
Of het nu om een huurgeschil, een gebrek na aankoop of een bouwconflict gaat: in een kosteloos eerste gesprek hoort u waar u staat.