Dwaling: het contract vernietigen na een verkeerde voorstelling

Voor ondernemers die op basis van onjuiste of onvolledige informatie hebben gecontracteerd: de drie dwalingsgronden, de grenzen van het leerstuk, de gevolgen van vernietiging en de rol van dwaling bij overnames en vastgoed.

Laatst bijgewerkt: 19 augustus 2026 · Geschreven en juridisch gecontroleerd door mr. M. Kumar, advocaat

In het kort

Wie een overeenkomst sluit onder een onjuiste voorstelling van zaken, kan haar onder voorwaarden vernietigen wegens dwaling (artikel 6:228 BW). Dat kan bij een onjuiste inlichting, bij schending van de mededelingsplicht van de wederpartij en bij wederzijdse dwaling. Uitgesloten zijn teleurstellingen over uitsluitend toekomstige omstandigheden en risico's die voor rekening van de dwalende horen te blijven. Vernietiging werkt terug; de rechter kan het nadeel ook opheffen door de overeenkomst aan te passen. De vordering verjaart drie jaar na ontdekking, en in professionele contracten is dwaling vaak contractueel begrensd.

Wanneer er sprake is van dwaling

Het leerstuk beschermt de wilsvorming, niet het resultaat: wie achteraf spijt heeft van een op zichzelf goed geïnformeerde keuze, dwaalt niet. De onjuiste voorstelling moet bestaan op het moment van contracteren en betrekking hebben op de eigenschappen van wat werd gekocht, verkocht of afgesproken: de omzet van de overgenomen onderneming, de bouwkundige staat van het pand, de aanwezigheid van een vergunning. Het kenbaarheidsvereiste filtert de rest weg: de wederpartij hoefde er geen rekening mee te houden dat een voor haar onzichtbaar motief doorslaggevend was. Wie zeker wil zijn dat een specifieke eigenschap het contract draagt, doet er dus goed aan die eigenschap uitdrukkelijk in de overeenkomst te benoemen.

De drie gronden

De inlichtingengrond is de meest concrete: wie onjuiste cijfers, een te rooskleurige omzetprognose op basis van harde cijfers of een feitelijk onjuiste mededeling over de staat van een zaak verstrekt, kan zich er later niet op beroepen dat de ander maar had moeten doorvragen. De zwijggrond draait om de mededelingsplicht: wie weet dat de wederpartij van een onjuiste veronderstelling uitgaat op een punt dat voor haar wezenlijk is, moet spreken. De wederzijdse dwaling ten slotte vangt de gevallen waarin niemand iets te verwijten valt maar beide partijen op hetzelfde onjuiste uitgangspunt contracteerden, zoals een gezamenlijk gehanteerde maar onjuiste fiscale aanname. Per grond verschillen de verweren, dus de juiste kwalificatie aan het begin bepaalt de strategie.

De grenzen: toekomst en risicoverdeling

Tegenvallende marktomstandigheden, een klant die na de overname vertrekt of een huurder die failliet gaat: het zijn toekomstige omstandigheden en dus geen dwaling, hoe pijnlijk ook. De grens is soms subtiel: een onjuiste voorstelling van de bestaande situatie waaruit toekomstverwachtingen werden afgeleid, kan wél dwaling opleveren. Bij de risicoverdeling speelt de verhouding tussen mededelings- en onderzoeksplicht: in de rechtspraak gaat de mededelingsplicht van de wetende partij in beginsel voor op de onderzoeksplicht van de dwalende, juist om de onvoorzichtige koper te beschermen tegen de zwijgende verkoper. Maar wie als professionele partij een aangeboden onderzoek afslaat of evidente signalen negeert, ziet het risico alsnog bij zichzelf belanden.

De gevolgen: vernietiging of aanpassing

Vernietiging is een bot instrument: bij een geleverde onderneming of een verbouwd pand is volledige teruggave vaak onwerkbaar of onwenselijk. Artikel 6:230 BW biedt dan de fijnstelling: de wederpartij kan vernietiging afwenden door tijdig een wijziging voor te stellen die het nadeel wegneemt, en de rechter kan de overeenkomst aanpassen, wat in de praktijk meestal neerkomt op een prijsverlaging. Voor de dwalende is dat vaak ook het werkelijke doel: niet terug naar af, maar betalen wat de zaak bij een juiste voorstelling waard was. Vernietiging kan buitengerechtelijk worden ingeroepen met een schriftelijke verklaring, maar bij betwisting beslist uiteindelijk de rechter, dus bouw het dossier daarop.

Dwaling bij overnames en vastgoed

De verhouding tussen contract en leerstuk is hier de kern. Een koper die na een due diligence tekent met een dwalingsuitsluiting en een garantiecatalogus, heeft zijn route in beginsel gekozen: claims lopen via de garanties. Maar de uitsluiting is geen vrijbrief: onjuiste cijfers of verzwegen wezenlijke informatie kunnen het beroep op de uitsluiting naar redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar maken, en bedrog laat zich niet wegcontracteren. Bij vastgoed kruist dwaling bovendien de conformiteitsregels en de contractuele risicoverdeling; hoe die stapeling uitpakt, leest u in ons cluster over de as is where is-clausule.

Dwaling naast andere grondslagen

Non-conformiteit geeft recht op herstel, vervanging, prijsvermindering of ontbinding en schadevergoeding, maar kent de klachtplicht en een korte verjaring; dwaling geeft vernietiging of aanpassing en verjaart drie jaar na ontdekking. Bedrog is het zwaarste middel maar vergt bewijs van opzet. In de praktijk worden de grondslagen naast elkaar aangevoerd, waarbij de klachtplicht ook een dwalingsberoep kan raken dat op dezelfde feiten steunt: tijdig en schriftelijk klagen blijft dus in alle routes het devies. Verwacht u dat het op een procedure uitdraait, lees dan ook ons cluster over de bodemprocedure en laat de grondslagenkeuze vooraf in kaart brengen.

Bronnen en vindplaatsen

De belangrijkste vindplaatsen bij dit artikel. Wetteksten via wetten.overheid.nl (de officiële publicatie), uitspraken via rechtspraak.nl.

Wetgeving

Veelgestelde vragen

Wat is dwaling bij een overeenkomst?

Dwaling betekent dat een partij de overeenkomst is aangegaan onder een onjuiste voorstelling van zaken, en haar bij een juiste voorstelling niet of niet op dezelfde voorwaarden zou hebben gesloten (artikel 6:228 BW). De overeenkomst is dan vernietigbaar.

Niet elke teleurstelling is dwaling. De wet erkent drie gronden: een onjuiste inlichting van de wederpartij, het zwijgen van de wederpartij waar zij had moeten spreken, en wederzijdse dwaling waarbij beide partijen van dezelfde onjuiste veronderstelling uitgingen. Bovendien moet voor de wederpartij kenbaar zijn geweest dat het punt voor de dwalende beslissend was.

Wat is het verschil tussen dwaling en bedrog?

Bij bedrog (artikel 3:44 BW) misleidt de wederpartij opzettelijk: zij liegt, verzwijgt bewust of gebruikt een kunstgreep om de ander tot het contract te bewegen. Bij dwaling is opzet niet vereist; ook een te goeder trouw gegeven onjuiste inlichting kan volstaan.

In de praktijk wordt vaak beide aangevoerd, met bedrog als zwaarste en dwaling als vangnetgrondslag. Het bewijs van opzet is lastig; dwaling is daardoor meestal de kansrijkere route. Slaagt het beroep, dan is het gevolg gelijk: vernietiging met terugwerkende kracht.

Kan ik een bedrijfsovername vernietigen wegens dwaling?

Dat kan, maar de lat ligt bij overnames hoog. Koopcontracten sluiten een beroep op dwaling geregeld uit of kanaliseren klachten naar een garantieregeling met eigen termijnen en plafonds. Bovendien weegt mee dat een professionele koper een due diligence heeft kunnen uitvoeren.

Kansen liggen er vooral wanneer de verkoper onjuiste cijfers heeft verstrekt of wezenlijke informatie heeft achtergehouden die buiten het onderzoek viel: de mededelingsplicht van de verkoper gaat in beginsel voor op de onderzoeksplicht van de koper. Laat een overnamegeschil altijd langs zowel het contract als de wettelijke leerstukken leggen.

Hoe snel moet ik een beroep op dwaling doen?

De rechtsvordering tot vernietiging wegens dwaling verjaart drie jaar na de ontdekking van de dwaling (artikel 3:52 BW). Na die termijn kan vernietiging nog wel als verweer worden ingeroepen wanneer u wordt aangesproken tot nakoming.

Bij koop komt daar de klachtplicht bij: wie klaagt over eigenschappen van het gekochte, moet dat binnen bekwame tijd na ontdekking doen. Wacht dus niet en leg de ontdekking, de klacht en de onderbouwing schriftelijk vast; het tijdstip van ontdekken is in procedures een vast strijdpunt.

Kan dwaling in een contract worden uitgesloten?

Ja, artikel 6:228 BW is regelend recht: partijen kunnen een beroep op dwaling contractueel uitsluiten of beperken, wat in overnamecontracten en vastgoedtransacties tussen professionele partijen ook standaard gebeurt.

De uitsluiting kent grenzen. Wie zijn wederpartij opzettelijk misleidt, kan zich naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet achter de uitsluiting verschuilen, en bedrog laat zich niet wegcontracteren. Voor ondernemers is de les tweeledig: lees de uitsluitingsclausule voordat u tekent, en regel de informatierisico's die u wél wilt afdekken via uitdrukkelijke garanties.

Lees ook over het bredere onderwerp

Ondernemingsrecht →
Portretfoto van mr. Mukesh Kumar
mr. M. Kumar

Advocaat ondernemingsrecht en vastgoed in Amsterdam Zuidas. Schrijft deze kennisbank voor ondernemers die eerst zelf willen begrijpen waar ze staan.

Over mr. Kumar · Plan een kosteloos eerste gesprek

Verwante artikelen

Een vennootschapsrechtelijke kwestie bespreken?

Van aandeelhoudersgeschil tot bestuurdersaansprakelijkheid: in een kosteloos eerste gesprek hoort u waar u staat en wat de logische volgende stap is.