Procederen bij de Ondernemingskamer

De enquêteprocedure bij een vastgelopen BV-conflict: wanneer u naar de Ondernemingskamer kunt, hoe de twee fasen verlopen en welke maatregelen mogelijk zijn.

Laatst bijgewerkt: 25 augustus 2026 · Geschreven en juridisch gecontroleerd door mr. M. Kumar, advocaat

In het kort

De Ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam is de gespecialiseerde rechter voor conflicten binnen vennootschappen. Via de enquêteprocedure kan zij een onderzoek gelasten naar het beleid van uw BV en bij vastgesteld wanbeleid ingrijpen, bijvoorbeeld door een bestuurder te ontslaan. Minstens zo belangrijk zijn de onmiddellijke voorzieningen van artikel 2:349a BW: schorsing van een bestuurder, benoeming van een tijdelijke bestuurder of overdracht van aandelen ten titel van beheer. Voor aandeelhouders in een vastgelopen 50/50-verhouding is dit vaak de snelste route om een impasse te doorbreken.

Wat is de Ondernemingskamer?

Vastgelopen conflicten in een BV vragen om een rechter die de zakelijke context begrijpt en snel kan ingrijpen. Die rechter is er: de Ondernemingskamer, een gespecialiseerde kamer van het gerechtshof Amsterdam. Zij is landelijk bevoegd. Ook wanneer uw BV in Eindhoven of Groningen is gevestigd, procedeert u dus in Amsterdam.

De Ondernemingskamer beslist in een samenstelling van drie raadsheren en twee raden. Die raden zijn geen juristen, maar deskundigen uit de praktijk, bijvoorbeeld accountants of oud-bestuurders. Daardoor kijkt de kamer niet alleen juridisch, maar ook bedrijfsmatig naar het conflict.

Welke procedures behandelt de Ondernemingskamer?

  • De enquêteprocedure: een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van een rechtspersoon, met de mogelijkheid van ingrijpende voorzieningen. Voor aandeelhouders en bestuurders van een BV is dit verreweg het belangrijkste instrument en het onderwerp van deze pagina.
  • De jaarrekeningprocedure: geschillen over de inrichting van jaarrekeningen en jaarverslagen.
  • De uitkoopprocedure na een openbaar bod op grond van artikel 2:359c BW, vooral van belang bij beursvennootschappen.
  • Procedures op grond van de wettelijke geschillenregeling, zoals de gedwongen overdracht of overname van aandelen.

In de praktijk is de Ondernemingskamer vooral bekend als de rechter die impasses doorbreekt: zij kan bestuurders schorsen, een onafhankelijke bestuurder of commissaris benoemen en aandelen tijdelijk onderbrengen bij een beheerder. Voor wie klem zit in een aandeelhoudersconflict is dat vaak precies de ingreep die nodig is.

Wie kan een enquêteprocedure starten?

De enquêteprocedure begint met een verzoekschrift, dat door een advocaat moet worden ingediend. Het recht om zo'n verzoek te doen is geregeld in artikel 2:345 BW en de daarop volgende artikelen. Niet iedereen is bevoegd: de wet stelt eisen aan wie de Ondernemingskamer mag benaderen.

Aandeelhouders en certificaathouders

Voor een BV geldt als hoofdregel dat aandeelhouders en certificaathouders bevoegd zijn wanneer zij, alleen of samen, ten minste een tiende van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen of aandelen of certificaten houden met een nominale waarde van ten minste 225.000 euro (artikel 2:346 BW). De statuten kunnen een lagere drempel bevatten. Voor grote vennootschappen gelden afwijkende eisen. De precieze toets luistert nauw, zeker bij certificaten of bijzondere aandelenstructuren. Laat uw positie daarom vooraf beoordelen.

Andere verzoekers

Daarnaast kunnen onder meer een enquêteverzoek indienen:

  • de vennootschap zelf, vertegenwoordigd door het bestuur of de raad van commissarissen;
  • degene aan wie die bevoegdheid in de statuten of bij overeenkomst is toegekend;
  • verenigingen van werknemers, onder voorwaarden;
  • de advocaat-generaal, om redenen van openbaar belang.

Eerst bezwaren kenbaar maken

Een belangrijk vormvereiste: de verzoeker moet zijn bezwaren tegen het beleid vooraf schriftelijk kenbaar hebben gemaakt aan het bestuur en de eventuele raad van commissarissen (artikel 2:349 BW). De vennootschap moet een redelijke termijn krijgen om de bezwaren te onderzoeken en maatregelen te nemen. Wie deze stap overslaat, riskeert niet-ontvankelijkheid. Een zorgvuldig opgebouwde bezwarenbrief is daarmee het eigenlijke begin van vrijwel elke enquêteprocedure.

Fase 1: het onderzoek naar het beleid

De Ondernemingskamer wijst een enquêteverzoek alleen toe wanneer er gegronde redenen zijn om aan een juist beleid of een juiste gang van zaken te twijfelen. Die maatstaf staat in artikel 2:350 BW. Het gaat in deze fase nadrukkelijk niet om de vraag of er wanbeleid is; dat oordeel kan pas in de tweede fase volgen.

Wanneer is er reden voor twijfel?

Uit de rechtspraak komen terugkerende situaties naar voren, zoals:

  • een aanhoudende impasse in het bestuur of de algemene vergadering, bijvoorbeeld bij een 50/50-verhouding;
  • ernstig en duurzaam verstoorde verhoudingen tussen aandeelhouders onderling of tussen aandeelhouders en bestuur;
  • het stelselmatig achterhouden van informatie voor een aandeelhouder;
  • verstrengeling van tegenstrijdige belangen, bijvoorbeeld transacties tussen de BV en een bestuurder in privé;
  • verwaarlozing van de belangen van een minderheidsaandeelhouder.

Ook vermogensbestanddelen kunnen het brandpunt zijn, bijvoorbeeld wanneer het conflict draait om de huur of verkoop van het pand van de onderneming. Lees daarover ook onze pagina over een aandeelhoudersgeschil over een bedrijfspand.

Het onderzoek

Wijst de Ondernemingskamer het verzoek toe, dan benoemt zij een of meer onderzoekers. Die krijgen toegang tot de administratie en kunnen betrokkenen horen. Het onderzoek mondt uit in een verslag, dat de basis vormt voor de eventuele tweede fase. De kosten van het onderzoek komen op grond van artikel 2:350 BW in beginsel voor rekening van de vennootschap; de Ondernemingskamer stelt daarvoor vooraf een maximumbedrag vast.

Onmiddellijke voorzieningen: direct ingrijpen (artikel 2:349a BW)

Voor veel verzoekers zijn de onmiddellijke voorzieningen van artikel 2:349a BW de eigenlijke reden om naar de Ondernemingskamer te gaan. De kamer kan deze voorzieningen treffen in elke stand van het geding, wanneer dat nodig is in verband met de toestand van de vennootschap of het belang van het onderzoek. In spoedeisende gevallen kan dat al voordat over het onderzoek zelf is beslist, mits er naar het voorlopig oordeel van de kamer gegronde redenen zijn om aan een juist beleid te twijfelen.

Veelvoorkomende onmiddellijke voorzieningen

  • Schorsing van een bestuurder, al dan niet met behoud van beloning.
  • Benoeming van een tijdelijke bestuurder of commissaris, vaak een onafhankelijke buitenstaander met een beslissende of doorslaggevende stem. Deze functionaris kan een impasse in de besluitvorming doorbreken.
  • Overdracht van aandelen ten titel van beheer: een deel van de aandelen wordt tijdelijk ondergebracht bij een onafhankelijke beheerder, die het stemrecht uitoefent. Daarmee kan een patstelling in de algemene vergadering, bijvoorbeeld bij een 50/50-verhouding, worden doorbroken.
  • Schorsing van besluiten van het bestuur of de algemene vergadering.

De voorzieningen zijn tijdelijk en bedoeld om orde op zaken te stellen zolang de procedure loopt. In de praktijk hebben zij vaak een blijvend effect: met een onafhankelijke bestuurder of beheerder aan boord komen partijen regelmatig alsnog tot een regeling. Houd er rekening mee dat de Ondernemingskamer een eigen afweging maakt en ook voorzieningen kan treffen waar geen van de partijen om heeft gevraagd. De typen voorzieningen sluiten aan bij de catalogus van artikel 2:356 BW, die in de rechtspraak ook bij onmiddellijke voorzieningen als richtsnoer dient.

Schorsing van een bestuurder door de Ondernemingskamer staat los van het ontslag van een statutair bestuurder via de algemene vergadering; beide trajecten kennen eigen regels en lopen soms naast elkaar.

Fase 2: wanbeleid en eindvoorzieningen

Na afronding van het onderzoek wordt het verslag ter griffie neergelegd. Daarmee kan de tweede fase beginnen. De oorspronkelijke verzoeker en bepaalde andere betrokkenen kunnen de Ondernemingskamer binnen twee maanden vragen om vast te stellen dat uit het verslag van wanbeleid is gebleken. Dat is geregeld in artikel 2:355 BW. Wanbeleid is een zware kwalificatie: het moet gaan om handelen in strijd met elementaire beginselen van verantwoord ondernemerschap.

Eindvoorzieningen

Stelt de Ondernemingskamer wanbeleid vast, dan kan zij op grond van artikel 2:356 BW een of meer eindvoorzieningen treffen:

  • schorsing of vernietiging van besluiten;
  • schorsing of ontslag van bestuurders of commissarissen;
  • tijdelijke aanstelling van bestuurders of commissarissen;
  • tijdelijke afwijking van bepalingen in de statuten;
  • tijdelijke overdracht van aandelen ten titel van beheer;
  • ontbinding van de rechtspersoon, als uiterste maatregel.

Wanbeleid is geen aansprakelijkheidsoordeel

Een veelgemaakte denkfout: wanbeleid betekent niet dat een bestuurder persoonlijk aansprakelijk is. Het oordeel betreft het beleid van de vennootschap als geheel. Voor persoonlijke aansprakelijkheid is een aparte procedure bij de gewone rechter nodig, waarin het onderzoeksverslag overigens wel als bewijsmateriaal kan dienen. Meer daarover leest u op onze pagina's over bestuurdersaansprakelijkheid en decharge van een bestuurder.

Het Cancun-arrest: het belang van de vennootschap voorop

Wie procedeert over een vastgelopen samenwerking, ontkomt niet aan het Cancun-arrest (Hoge Raad 4 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:797). De zaak draaide om een joint venture rond een hotel in Cancun, waarin de verhoudingen tussen de aandeelhouders ernstig waren verstoord en de positie van een van hen bij een herstructurering sterk verwaterde.

De Hoge Raad formuleerde uitgangspunten die sindsdien in vrijwel elke enquêteprocedure over samenwerkingsverbanden terugkomen:

  • Het bestuur moet zich richten naar het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming. Bij een joint venture wordt dat belang mede bepaald door de aard en inhoud van de samenwerkingsafspraken tussen de aandeelhouders.
  • Ook wanneer de aandeelhouders de zeggenschap 50/50 hebben verdeeld, behoudt de vennootschap een eigen belang dat het bestuur moet dienen.
  • Het bestuur moet zorgvuldigheid betrachten jegens alle betrokkenen, ook jegens een aandeelhouder wiens positie door de besluitvorming wordt geraakt.

Voor de praktijk betekent dit onder meer dat een bestuurder die door een van de aandeelhouders is benoemd, niet simpelweg de instructies van die aandeelhouder mag uitvoeren. Doet hij dat wel, dan kan dat bijdragen aan het oordeel dat er gegronde redenen zijn om aan een juist beleid te twijfelen. Zit u zelf in een vastgelopen gelijkwaardige verhouding, lees dan ook onze pagina over het oplossen van een 50/50-aandeelhoudersgeschil.

Doorlooptijd, kosten en de verhouding tot andere procedures

Doorlooptijd

De Ondernemingskamer staat bekend als een snelle rechter. Bij voldoende spoed kan een verzoek om onmiddellijke voorzieningen vaak binnen enkele weken op zitting staan. De beslissing over het gelasten van een onderzoek volgt doorgaans binnen enkele maanden. Het onderzoek zelf duurt, afhankelijk van de omvang, al snel zes maanden tot ruim een jaar. Een volledige procedure inclusief tweede fase beslaat meestal een tot enkele jaren. Tegen beschikkingen van de Ondernemingskamer staat geen hoger beroep open, alleen cassatie bij de Hoge Raad.

Kosten

U moet rekening houden met griffierecht, advocaatkosten en, als het onderzoek wordt gelast, de onderzoekskosten die in beginsel voor rekening van de vennootschap komen. De Ondernemingskamer stelt het onderzoeksbudget vooraf vast. Bij omvangrijke zaken kunnen de totale kosten aanzienlijk oplopen. Daar staat tegenover dat veel zaken na de eerste voorzieningen worden geschikt, waardoor de tweede fase niet meer nodig is.

Verhouding tot de gewone rechter en de geschillenregeling

De enquêteprocedure is gericht op onderzoek, herstel van gezonde verhoudingen en sanering van de onderneming. Zij levert geen schadevergoeding op. Voor schadeclaims, nakoming van een aandeelhoudersovereenkomst of arbeidsrechtelijke kwesties blijft de gewone civiele rechter bevoegd, eventueel in kort geding.

Wilt u definitief van elkaar af, dan biedt de wettelijke geschillenregeling de mogelijkheid van gedwongen overdracht van aandelen (uitstoting) of gedwongen overname (uittreding). Deze regeling is per 1 januari 2025 herzien: een verzoek tot uitstoting of uittreding dient u sindsdien als hoofdregel in bij de Ondernemingskamer, die als enige feitelijke instantie oordeelt, tenzij de statuten of een overeenkomst een andere rechter of arbitrage aanwijzen. Zo'n verzoek kan bovendien worden gecombineerd met een enquêteverzoek. Welke route in uw situatie past, hangt af van uw doel. En veel ellende is te voorkomen met goede afspraken vooraf: zie onze pagina over de minimale aandeelhoudersovereenkomst.

Wat de in 2025 vernieuwde wettelijke geschillenregeling precies veranderde aan bevoegdheid, tempo en combinatiemogelijkheden, zetten wij in een aparte notitie op een rij.

Van onderzoek naar wanbeleid: de tweede fase

Het onderzoeksverslag is niet het eindpunt van de enquêteprocedure, maar het scharnierpunt. Na deponering van het verslag ter griffie begint de tweede fase: op grond van artikel 2:355 BW kunnen onder meer de oorspronkelijke verzoekers de Ondernemingskamer verzoeken vast te stellen dat uit het verslag van wanbeleid is gebleken. Dit verzoek moet in beginsel binnen twee maanden na de deponering worden ingediend. Wie die termijn laat verlopen, verspeelt de tweede fase.

De maatstaf: een hoge lat

Wanbeleid is niet hetzelfde als discutabel of ongelukkig beleid. De Ondernemingskamer hanteert een strenge maatstaf: er moet sprake zijn van ernstig verwijtbaar handelen in strijd met elementaire beginselen van verantwoord ondernemerschap. Incidentele beleidsfouten zijn daarvoor in de regel onvoldoende. Denk eerder aan structurele verwaarlozing van tegenstrijdige belangen, het stelselmatig onthouden van informatie aan aandeelhouders of het langdurig negeren van de vennootschappelijke verhoudingen. Of bepaald gedrag die lat haalt, hangt sterk af van de feiten; over de uitkomst valt vooraf geen zekerheid te geven.

Definitieve voorzieningen

Stelt de Ondernemingskamer wanbeleid vast, dan kan zij op grond van artikel 2:356 BW definitieve voorzieningen treffen. De wet somt deze limitatief op:

  • schorsing of vernietiging van besluiten
  • schorsing of ontslag van bestuurders of commissarissen
  • tijdelijke aanstelling van bestuurders of commissarissen
  • tijdelijke afwijking van statutaire bepalingen
  • tijdelijke overdracht van aandelen ten titel van beheer
  • ontbinding van de rechtspersoon

Geen schadevergoeding bij de Ondernemingskamer

De Ondernemingskamer stelt wanbeleid vast en kan diep ingrijpen in de vennootschap, maar zij kent geen schadevergoeding toe. Wie bestuurders of de vennootschap aansprakelijk wil houden, moet daarvoor een afzonderlijke procedure bij de gewone civiele rechter voeren. Het wanbeleidoordeel kan in die procedure een belangrijke bouwsteen zijn, maar de civiele rechter beoordeelt de aansprakelijkheid zelfstandig.

Bronnen en vindplaatsen

De belangrijkste bepalingen over de enquêteprocedure staan in Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Hieronder vindt u de op deze pagina genoemde artikelen en rechtspraak, met een directe link naar de officiële vindplaats.

Wetgeving

  • Artikel 2:345 BW: het recht om een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van een rechtspersoon te verzoeken.
  • Artikel 2:349a BW: onmiddellijke voorzieningen in elke stand van het geding.
  • Artikel 2:350 BW: de maatstaf van gegronde redenen om aan een juist beleid te twijfelen en de kosten van het onderzoek.
  • Artikel 2:355 BW: de vaststelling van wanbeleid op basis van het onderzoeksverslag.
  • Artikel 2:356 BW: de eindvoorzieningen die de Ondernemingskamer kan treffen.
  • Artikel 2:359c BW: de uitkoopprocedure na een openbaar bod bij de Ondernemingskamer.

Rechtspraak

  • Cancun, Hoge Raad 4 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:797: over het eigen belang van de vennootschap bij een joint venture en de taak van het bestuur bij gelijkwaardige aandeelhoudersverhoudingen.

Veelgestelde vragen

Hoe lang duurt een enquêteprocedure bij de Ondernemingskamer?

Dat hangt sterk af van wat u vraagt. Een verzoek om onmiddellijke voorzieningen behandelt de Ondernemingskamer bij voldoende spoedeisendheid vaak binnen enkele weken tot maanden. De beslissing over het gelasten van een onderzoek volgt doorgaans binnen enkele maanden na de zitting. Het onderzoek zelf duurt vervolgens al snel zes maanden tot ruim een jaar, afhankelijk van de omvang van de zaak. Volgt daarna een tweede fase over wanbeleid, dan moet u rekening houden met een totale doorlooptijd van enkele jaren. In de praktijk eindigen veel zaken eerder, omdat partijen na de eerste ingrepen van de Ondernemingskamer alsnog een regeling treffen.

Wat kost een procedure bij de Ondernemingskamer?

De kosten bestaan uit drie onderdelen. U betaalt griffierecht aan het gerechtshof en advocaatkosten die afhangen van de omvang en het verloop van de zaak. Daarnaast komen de kosten van het onderzoek, waaronder het salaris van de onderzoeker, op grond van artikel 2:350 BW in beginsel voor rekening van de vennootschap zelf; de Ondernemingskamer stelt daarvoor vooraf een maximumbedrag vast. Bij een omvangrijk onderzoek kunnen die kosten aanzienlijk oplopen. Een enquêteprocedure is daarmee geen goedkope route, maar de druk die van de procedure uitgaat leidt in de praktijk regelmatig tot een schikking voordat alle fasen zijn doorlopen. Wij adviseren vooraf over een realistische kosteninschatting.

Kan de Ondernemingskamer een bestuurder schorsen of ontslaan?

Ja, dat behoort tot de mogelijkheden. Tijdens de procedure kan de Ondernemingskamer een bestuurder schorsen als onmiddellijke voorziening op grond van artikel 2:349a BW, vaak in combinatie met de benoeming van een tijdelijke bestuurder die de rust moet herstellen. Definitief ontslag door de Ondernemingskamer is pas mogelijk als eindvoorziening, nadat uit het onderzoek van wanbeleid is gebleken (artikel 2:356 BW). Of de kamer daadwerkelijk tot schorsing of ontslag overgaat, hangt af van de omstandigheden; zij weegt daarbij de belangen van de vennootschap en alle betrokkenen. Let op: schorsing of ontslag via de enquêteprocedure zegt op zichzelf niets over de persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurder.

Is een bestuurder bij wanbeleid automatisch aansprakelijk?

Nee. Het oordeel dat sprake is van wanbeleid betreft het beleid en de gang van zaken van de vennootschap als geheel. Het is geen vaststelling dat een individuele bestuurder persoonlijk aansprakelijk is voor schade. Wie een bestuurder aansprakelijk wil stellen, moet daarvoor een afzonderlijke procedure voeren bij de gewone civiele rechter. Het onderzoeksverslag en het wanbeleidoordeel van de Ondernemingskamer kunnen in die procedure wel belangrijk bewijsmateriaal vormen. Meer over de eisen voor persoonlijke aansprakelijkheid leest u op onze pagina over bestuurdersaansprakelijkheid. Houd er ook rekening mee dat een eerder verleende decharge de aansprakelijkheidsvraag kan beïnvloeden; zie daarover decharge van een bestuurder.

Kan ik als minderheidsaandeelhouder in een BV naar de Ondernemingskamer?

Ja, dat kan wanneer u de kapitaaldrempel haalt. Als hoofdregel geldt voor een BV dat u alleen of samen met andere aandeelhouders of certificaathouders ten minste een tiende van het geplaatste kapitaal moet vertegenwoordigen, of aandelen met een nominale waarde van ten minste 225.000 euro moet houden. De statuten kunnen een lagere drempel bevatten en voor grote vennootschappen gelden afwijkende eisen. Juist voor minderheidsaandeelhouders is de enquêteprocedure vaak een geschikt middel, bijvoorbeeld wanneer informatie wordt achtergehouden of hun belangen structureel worden genegeerd. Vergeet niet dat u uw bezwaren eerst schriftelijk aan het bestuur moet voorleggen voordat u een verzoek indient.

Lees ook over het bredere onderwerp

Ondernemingsrecht →
Portretfoto van mr. Mukesh Kumar
mr. M. Kumar

Advocaat ondernemingsrecht en vastgoed in Amsterdam Zuidas. Schrijft deze kennisbank voor ondernemers die eerst zelf willen begrijpen waar ze staan.

Over mr. Kumar · Plan een kosteloos eerste gesprek

Verwante artikelen

Een vennootschapsrechtelijke kwestie bespreken?

Van aandeelhoudersgeschil tot bestuurdersaansprakelijkheid: in een kosteloos eerste gesprek hoort u waar u staat en wat de logische volgende stap is.