Franchisegeschillen en de Wet franchise: uw rechten en plichten
Voor franchisenemers en franchisegevers: van misleidende prognoses en formulewijzigingen tot non-concurrentie en goodwill bij het einde.
In het kort
Sinds de Wet franchise is de verhouding tussen franchisegever en franchisenemer sterk gereguleerd: een precontractuele informatieplicht met een standstill-periode van vier weken, een verplichte goodwillregeling, strikte eisen aan het non-concurrentiebeding (maximaal één jaar, alleen het eigen rayon) en een instemmingsrecht van franchisenemers bij ingrijpende formulewijzigingen. Voor Nederlandse franchisenemers is de wet dwingend recht — ook voor oude contracten. De meeste geschillen draaien om ondeugdelijke prognoses, eenzijdige formulewijzigingen en de afrekening bij het einde.
De Wet franchise: dwingend kader sinds 2021
De wet kwam er omdat de machtsbalans in franchiserelaties structureel scheef lag: de franchisegever schrijft de formule, het contract en vaak ook de huisvesting en inkoop voor. Wie vandaag een franchisegeschil beoordeelt, begint dus niet bij wat er in het contract staat, maar bij wat de wet dwingend voorschrijft — een oud contract dat daarmee botst, verliest het van de wet. Dat maakt heronderhandeling, een beroep op nietigheid of een gerichte vernietiging van losse bedingen vaak kansrijker dan partijen denken.
Vóór het tekenen: informatieplicht en standstill
De standstill is bedoeld als bezinningstijd: de aspirant moet de stukken kunnen (laten) onderzoeken zonder tekendruk. Schending van de informatieplicht of de standstill kleurt een later geschil sterk in het voordeel van de franchisenemer. Bewaar daarom alles uit de wervingsfase — brochures, prognoses, e-mails, de datering van het definitieve concept — want dat dossier bepaalt bij een tegenvallende exploitatie of een beroep op dwaling of schending van de informatieplicht haalbaar is.
Prognoses: de klassieke bron van franchisegeschillen
De rechtspraak zoekt de balans: de franchisenemer is ondernemer en draagt zelf ondernemersrisico, maar mag vertrouwen op cijfers die de franchisegever presenteert. Beslissend is doorgaans of het onderzoek achter de prognose deugde (vestigingsplaatsonderzoek, vergelijkbare vestigingen, realistische aannames) en of fouten kenbaar waren. Wie als franchisegever prognoses verstrekt, doet er goed aan het onderliggende onderzoek te documenteren; wie als franchisenemer instapte op basis van cijfers die nergens op bleken te berusten, heeft een serieuze zaak.
Tijdens de rit: instemmingsrecht bij formulewijzigingen
Dit is het artikel waarop moderne conflicten draaien: de uitrol van een eigen webshop of bezorgkanaal dat het rayon van franchisenemers kannibaliseert, een verplichte winkelverbouwing, een nieuwe fee-structuur. Contracten van na 2021 bevatten vaak drempelbedragen; ontbreken die, dan geldt het instemmingsvereiste in beginsel voor elke wijziging met genoemde gevolgen. Voor franchisegevers is het zaak wijzigingen tijdig en collectief voor te leggen; voor franchisenemers is een zonder instemming doorgedrukte wijziging een sterk aanknopingspunt voor verzet of schadevergoeding.
Non-concurrentie: strak begrensd
Veel bedingen uit oudere contracten — twee jaar, heel Nederland, elk soortgelijk bedrijf — sneuvelen op deze cumulatieve eisen. Dat betekent niet dat álles mag na het einde: de bescherming van knowhow en het merk loopt door via geheimhouding en IE-rechten. De toets lijkt op die bij andere concurrentiebedingen in het ondernemingsrecht; zie ter vergelijking ons cluster over het concurrentiebeding voor ex-aandeelhouders.
Het einde: goodwill en de afrekening
De goodwillregeling is de meest onderschatte bepaling van het contract: bij het tekenen lijkt zij theorie, bij het einde is zij geld. Laat haar vóór ondertekening toetsen, en bij een naderend einde tijdig doorrekenen. En vergeet de huur niet: franchise en huur zijn vaak verknoopt via een onderhuur- of koppelconstructie, waardoor het einde van de franchise ook de winkelruimte raakt — zie ons cluster huurrecht bedrijfsruimte.
Die koppeling is juridisch overigens minder waterdicht dan de contractspraktijk aanneemt: het huurrecht voor winkelruimte is dwingend, afwijkende koppelbedingen vergen in beginsel goedkeuring van de kantonrechter, en een beding dat de huur automatisch buiten de rechter om laat eindigen, stuit af op het wettelijke vereiste dat ontbinding van de huur via de rechter loopt. Voor een franchisenemer die na het einde van de franchise in het pand wil blijven, kan dat een onverwacht sterke troef zijn.
Wat het kost
Een gerichte juridische analyse van het contract tegen de Wet franchise is vaak de beste eerste investering: zij laat zien welke bedingen houdbaar zijn en welke sneuvelen, en dat bepaalt de onderhandeling. Proceskosten en griffierechten rekent u vooraf door met onze proceskosten-rekentools.
Veelgestelde vragen
De omzetprognose van mijn franchisegever bleek veel te rooskleurig. Wat kan ik doen?
Een franchisegever die een prognose verstrekt, moet die baseren op deugdelijk onderzoek; een prognose met ernstige gebreken kan tot aansprakelijkheid leiden en de overeenkomst vernietigbaar maken wegens dwaling. De rechtspraak is genuanceerd: een tegenvallende omzet alleen is niet genoeg — het gaat om de vraag of de prognose ondeugdelijk was en of u daarop mocht afgaan.
Verzamel het cijfermateriaal uit de precontractuele fase, uw eigen exploitatiecijfers en de communicatie met de franchisegever, en laat de zaak vroeg beoordelen: op dwaling en op de precontractuele informatieplichten uit de Wet franchise.
Is het non-concurrentiebeding in mijn franchiseovereenkomst geldig?
Sinds de Wet franchise is een postcontractueel non-concurrentiebeding alleen geldig als het schriftelijk is vastgelegd, beperkt is tot één jaar na het einde van de overeenkomst, alleen ziet op het gebied waar u de formule mocht uitoefenen, onmisbaar is om de knowhow te beschermen en betrekking heeft op concurrerende activiteiten.
Voldoet het beding niet aan al deze eisen, dan is het nietig. Veel oudere contracten bevatten ruimere bedingen die deze toets niet doorstaan — laat dat checken voordat u zich erdoor laat weerhouden.
Heb ik recht op een goodwillvergoeding als mijn franchiseovereenkomst eindigt?
De Wet franchise verplicht dat de franchiseovereenkomst een regeling bevat die bepaalt of, en zo ja hoe, goodwill wordt vastgesteld en welke goodwill die aan de franchisenemer is toe te rekenen bij beëindiging aan hem wordt vergoed als de franchisegever de onderneming overneemt.
De wet schrijft dus geen bedrag voor, maar wél een contractuele regeling; ontbreekt die of is zij inhoudsloos, dan ontstaat ruimte voor discussie en aansprakelijkheid. Bij een naderende beëindiging of overname loont het om de goodwillbepaling vroeg te laten beoordelen — dat bepaalt uw onderhandelingspositie.
Mag mijn franchisegever de formule zomaar wijzigen?
Niet zomaar. Voor wijzigingen die van de franchisenemer een investering vergen of die tot omzetderving of kostenstijging boven een contractueel afgesproken drempel leiden, vereist de Wet franchise voorafgaande instemming van de meerderheid van de in Nederland gevestigde franchisenemers óf van elke geraakte franchisenemer afzonderlijk.
Denk aan een nieuwe webshop of bezorgdienst die uw rayon raakt, een verplichte verbouwing of een gewijzigde formulefee. Is de drempelwaarde niet in het contract opgenomen, dan geldt het instemmingsvereiste in beginsel onverkort. Wijzigt de franchisegever zonder de vereiste instemming, dan handelt hij in strijd met dwingend recht.
Geldt de Wet franchise ook voor mijn oude franchiseovereenkomst?
Ja. De Wet franchise geldt sinds 1 januari 2021 voor nieuwe overeenkomsten, en sinds 1 januari 2023 gelden ook de bepalingen over goodwill, non-concurrentie en instemmingsrechten volledig voor overeenkomsten die vóór 2021 zijn gesloten. Het overgangsrecht is dus uitgewerkt: elke lopende franchiseovereenkomst moet er nu aan voldoen.
Voor in Nederland gevestigde franchisenemers is de wet bovendien dwingend: een non-concurrentie- of goodwillbeding dat met de wet botst is nietig, en overige afwijkingen ten nadele van de franchisenemer zijn in beginsel vernietigbaar — ook als u er destijds mee akkoord ging.
Lees ook over het bredere onderwerp
Ondernemingsrecht →
Advocaat ondernemingsrecht en vastgoed in Amsterdam Zuidas. Schrijft deze kennisbank voor ondernemers die eerst zelf willen begrijpen waar ze staan.
Verwante artikelen
Een vennootschapsrechtelijke kwestie bespreken?
Van aandeelhoudersgeschil tot bestuurdersaansprakelijkheid: in een kosteloos eerste gesprek hoort u waar u staat en wat de logische volgende stap is.