Concurrentiebeding tussen ex-aandeelhouders

Wanneer een verkopende of uittredende aandeelhouder zijn opvolger of overnemer mag concurreren, en wanneer niet.

Laatst bijgewerkt: 7 mei 2026 · Geschreven en juridisch gecontroleerd door mr. M. Kumar, advocaat

In het kort

Bij verkoop van een onderneming of uittreden uit een BV is een concurrentiebeding voor de vertrekkende aandeelhouder vrijwel altijd onderdeel van de transactie. Het beding beperkt de mogelijkheid om een concurrerende activiteit te starten of bij een concurrent in dienst te treden. Anders dan bij werknemers gelden hier geen wettelijke beperkingen, maar het beding moet redelijk zijn in activiteit, gebied, en duur. Een te ruim beding kan door de rechter worden gematigd of vernietigd.

Wat een concurrentiebeding tussen ex-aandeelhouders is

Een concurrentiebeding is een contractuele afspraak waarmee een partij zich verplicht om gedurende een bepaalde periode geen concurrerende activiteit te ontplooien tegenover een andere partij. In de context van bedrijfsverkoop of uittreden van een aandeelhouder beschermt het de waarde van de onderneming: zonder beding zou de verkoper direct na de transactie weer kunnen beginnen met dezelfde activiteit, en de klanten en het personeel meenemen.

Drie typische situaties.

Bij verkoop van een onderneming. De koper betaalt voor de going concern, inclusief klanten, goodwill, en marktpositie. Een concurrentiebeding voor de verkoper is dan essentieel; zonder beding krijgt de koper een significant lager rendement op zijn investering.

Bij uittreden uit een BV. Een aandeelhouder die zijn aandelen verkoopt aan zijn medeaandeelhouders of een derde, is vaak ook actief geweest in de onderneming. Een concurrentiebeding voorkomt dat hij vervolgens met de opgedane kennis een concurrent opzet.

Bij beëindiging van een joint venture. Wanneer twee partijen samen een onderneming hebben opgezet en uit elkaar gaan, beschermt een concurrentiebeding tegen onmiddellijke marktconcurrentie tussen de ex-partners.

Belangrijk onderscheid: ondernemer versus werknemer. Voor werknemers geldt artikel 7:653 BW, met strikte eisen aan vorm, schriftelijkheid, en redelijkheid. Voor ex-aandeelhouders geldt het contractenrecht in meer algemene zin: vrijheid van contract, met de gangbare grenzen van redelijkheid en billijkheid. Dit geeft meer ruimte aan partijen, maar ook meer ruimte aan de rechter om in te grijpen wanneer een beding doorschiet.

Bron van de afspraak. Een concurrentiebeding voor een ex-aandeelhouder staat typisch in een van de volgende documenten: de aandeelhoudersovereenkomst (bij uittreden), de aandelenkoopovereenkomst (SPA, bij verkoop), of een afzonderlijke vaststellingsovereenkomst bij een uittreedregeling. De plaats van het beding raakt niet de werking, wel de bewijsbaarheid en de doorwerking bij wijzigingen.

Geldigheidsvereisten: activiteit, gebied, duur

Voor een rechtens afdwingbaar concurrentiebeding moeten de drie kerndimensies redelijk zijn afgebakend.

Dimensie 1: activiteit. Welke activiteit wordt verboden? Een te ruime omschrijving ('geen concurrerende activiteit') is doorgaans onvoldoende; een te enge omschrijving ('alleen verkoop van product X') biedt te weinig bescherming. De gangbare formulering benoemt: het soort onderneming (bijvoorbeeld 'detailhandel in mode' of 'ICT-dienstverlening voor de zorgsector'), de specifieke producten of diensten (eventueel met categorieën), en de positie waarin de ex-aandeelhouder die activiteit verricht (eigenaar, bestuurder, werknemer, adviseur).

Dimensie 2: gebied. Waar geldt het verbod geografisch? Voor een lokale onderneming is een beperking tot de stad of regio gangbaar. Voor een nationaal opererende onderneming kan Nederland-breed zinvol zijn. Voor een internationaal bedrijf kan de scope internationaal zijn, mits dat past bij de werkelijke marktactiviteit. Een geografisch onbeperkt beding wordt door de rechter doorgaans niet geaccepteerd, behalve voor zeer specifieke globale niches.

Dimensie 3: duur. Voor hoe lang geldt het verbod? In de jurisprudentie wordt voor ex-aandeelhouders een duur van twee tot vijf jaar als gangbaar gezien. Een duur tot twee jaar is doorgaans weinig discutabel. Een duur van drie tot vijf jaar vraagt om onderbouwing, gerelateerd aan de aard van de transactie (een grote bedrijfsverkoop met veel goodwill rechtvaardigt een langere periode dan een uittreden uit een kleine partnerschap). Boven vijf jaar wordt zelden geaccepteerd, behalve in zeer specifieke gevallen (bijvoorbeeld bij overdracht van een unieke licentiestructuur).

Cumulatieve toets. De rechter kijkt naar de drie dimensies in samenhang. Een beding met ruime activiteit-omschrijving kan acceptabel zijn wanneer gebied en duur beperkt zijn; een beding met internationaal gebied vraagt om strikte beperking in tijd en activiteit. De redelijkheid van het geheel weegt zwaarder dan elk element afzonderlijk.

Belangenafweging. De Hoge Raad eist dat het belang van de wederpartij bij handhaving in verhouding staat tot het belang van de ex-aandeelhouder bij vrije ondernemerschapsuitoefening. Voor een DGA die zijn levenswerk heeft verkocht en nu wil ondernemen in een aanpalende sector, kan een te streng beding zijn ondernemerschap onevenredig beperken. De rechter kan dan matigen of het beding gedeeltelijk buiten werking stellen.

Onderscheid met andere bedingen

Een concurrentiebeding wordt vaak gecombineerd met andere bedingen die wezenlijk anders werken.

Geheimhoudingsbeding. Dit verbiedt het delen of gebruiken van vertrouwelijke informatie van de onderneming, ongeacht of de ex-aandeelhouder zelf concurrerende activiteit ontplooit of in dienst gaat bij een concurrent. Het geheimhoudingsbeding is doorgaans tijdsongebonden of voor langere duur (bijvoorbeeld vijf tot tien jaar). Het beschermt tegen het meenemen van gevoelige informatie naar een toekomstige werkgever of nieuw bedrijf.

Non-solicitatiebeding (ten aanzien van personeel). Dit verbiedt de ex-aandeelhouder om personeel van de onderneming actief te benaderen om over te stappen naar een andere werkgever of zijn eigen nieuwe onderneming. Geldigheidsvereisten zijn vergelijkbaar met het concurrentiebeding (redelijke duur, gerelateerd aan een specifieke groep personeel), maar het beding is gerichter en wordt doorgaans soepeler geaccepteerd door rechters.

Non-solicitatiebeding (ten aanzien van klanten). Dit verbiedt de ex-aandeelhouder om klanten van de onderneming actief te benaderen voor concurrerende producten of diensten. Een variant op het concurrentiebeding maar specifieker: niet de activiteit als zodanig is verboden, alleen het benaderen van bepaalde klanten. Dit beding is minder beperkend voor de ex-aandeelhouder en wordt vaak als alternatief of aanvulling gebruikt.

Lock-up-beding. Dit is een ander type beding: het verbiedt verkoop van aandelen voor een bepaalde periode. Lock-up beschermt de samenstelling van het aandeelhouderschap, niet de marktpositie van de onderneming. Lock-up en concurrentiebeding kunnen naast elkaar bestaan in een aandeelhoudersovereenkomst.

Combinatie in de praktijk. Een SPA bij M&A bevat doorgaans een concurrentiebeding (twee tot vier jaar), een geheimhoudingsbeding (vijf jaar of langer), een non-solicitatiebeding voor personeel (twee tot drie jaar), en een non-solicitatiebeding voor klanten (twee tot drie jaar). Elk met eigen scope en sancties. Deze gelaagde structuur biedt meer bescherming dan een enkel breed beding, en is doorgaans beter rechtens af te dwingen.

Voor de invulling van dat geheimhoudingsbeding, van reikwijdte tot boeteclausule, biedt ons cluster over de geheimhoudingsverklaring (NDA) de verdieping.

Veelvoorkomende situaties

Drie scenario's komen het vaakst voor.

Scenario 1: na verkoop van een onderneming aan een externe partij. De DGA verkoopt zijn bedrijf aan een investeerder of strategische koper. De koper vereist een uitgebreid concurrentiebeding voor de verkoper, typisch drie tot vijf jaar, met het werkterrein van de overgenomen onderneming. Bij grotere transacties wordt soms een lager bedrag van de koopsom gekoppeld aan de naleving van het beding (een vorm van earn-out). Bij overtreding kan een aanzienlijk deel van de koopprijs worden teruggevorderd.

Scenario 2: bij uittreden van een aandeelhouder uit een gezamenlijke BV. Twee compagnons gaan uit elkaar. De vertrekkende compagnon moet niet onmiddellijk de markt op met dezelfde activiteit en dezelfde klanten. Een concurrentiebeding van twee tot drie jaar, eventueel gecombineerd met non-solicitatie, beschermt de achterblijvende partij. De vertrekkende compagnon krijgt vaak een uittreedvergoeding die mede de prijs is voor de beperkingen.

Scenario 3: bij beëindiging van een joint venture. Wanneer twee partijen een gezamenlijke onderneming oprichten en die later beëindigen, kan een concurrentiebeding voorkomen dat ze direct elkaar bestrijden. Hier is de afbakening complexer: beide partijen hebben hun eigen bestaande activiteiten naast de joint venture, en het beding moet die bestaande activiteiten respecteren.

Specifieke situatie: family office of investeringsmaatschappij. Wanneer de vertrekkende aandeelhouder een investeringsmaatschappij is, geldt vaak een afgezwakt of geen concurrentiebeding. De investeerder heeft per definitie meerdere posities in verschillende sectoren; een breed concurrentiebeding zou zijn investeringsstrategie blokkeren. In plaats daarvan wordt vaak een geheimhoudingsbeding en een specifiek non-investeringsbeding voor directe concurrenten afgesproken.

Wat gebeurt er zonder concurrentiebeding. Wanneer een SPA of aandeelhoudersovereenkomst geen concurrentiebeding bevat, is de ex-aandeelhouder in beginsel vrij om concurrerende activiteit te ontplooien. De koper kan in uitzonderlijke gevallen vorderen op grond van onrechtmatige daad (bijvoorbeeld bij actief klanten meenemen direct na verkoop), maar de drempel daarvoor is hoog en het bewijs lastig.

Dit beding wordt het vaakst uitonderhandeld bij een uitkoop na conflict; de routes voor het oplossen van een 50/50-aandeelhoudersgeschil beschrijven wij in het bijbehorende cluster.

Handhaving: sancties en kort geding

Wanneer een ex-aandeelhouder het concurrentiebeding overtreedt, staan verschillende handhavingsmiddelen open.

Boete-clausule. Vrijwel elk professioneel concurrentiebeding bevat een boete-clausule: bij overtreding is een vooraf afgesproken bedrag verschuldigd, vaak per overtreding en per dag dat de overtreding voortduurt. Een gangbare structuur: 50.000 tot 250.000 euro per gebeurtenis, plus 5.000 tot 25.000 euro per dag van voortzetting. Bij grote transacties kunnen deze bedragen aanzienlijk hoger zijn. De rechter kan de boete matigen wanneer deze onredelijk hoog is in relatie tot de werkelijke schade.

Schadevergoeding. Naast of in plaats van boete kan de wederpartij schadevergoeding vorderen. Schade omvat: gederfde winst door verloren klanten, kosten van vervangend personeel wanneer medewerkers met de overtreder mee zijn gegaan, en eventuele reputatie-impact. Het bewijs van de exacte schade is in concurrentie-zaken vaak lastig; daarom is een boete-clausule praktischer.

Verbod tot voortzetting (kort geding). Bij een acute overtreding kan de wederpartij in kort geding een verbod vorderen op voortzetting van de concurrerende activiteit. Een kort geding kan binnen enkele weken tot een uitspraak leiden, met een verbod op straffe van een dwangsom. Voor de overtreder is dit doorgaans het meest dwingende moment: doorgaan betekent dagelijks oplopende dwangsommen.

Terugvordering deel koopprijs. Bij M&A-transacties wordt soms een deel van de koopprijs (typisch tien tot dertig procent) gereserveerd of in escrow gezet, gekoppeld aan naleving van het concurrentiebeding. Bij overtreding kan dit deel worden teruggevorderd of verbeurd verklaard. Dit is een krachtig instrument: de financiële consequentie staat al vast en hoeft niet via een aparte schadevergoedings-procedure te worden gevorderd.

Bewijsverzameling. De wederpartij moet de overtreding aantonen. Bewijsmateriaal omvat: openbare bronnen (KvK-registratie van een nieuwe onderneming, LinkedIn, websites), klantgesprekken (wanneer klanten benaderd worden door de overtreder), en personeelsmeldingen (wanneer een werknemer benaderd wordt). Soms wordt een private investigator ingeschakeld om bewijs te verzamelen, vooral bij vermoedens die nog niet hard zijn.

Verweren van de overtreder. De ex-aandeelhouder die wordt aangesproken, voert vaak verweer langs drie hoofdlijnen. Het beding is te ruim en daarom rechtens niet afdwingbaar (vraag om matiging of vernietiging door de rechter). De activiteit valt buiten de scope van het beding (interpretatieverweer). Of de wederpartij is zelf in verzuim (bijvoorbeeld door geen volledige koopprijs te betalen), waardoor het beding zou zijn vervallen.

Praktische tips

Voor de wederpartij (koper of achterblijver): formuleer het beding precies. Een te vaag beding biedt onvoldoende bescherming. Specifieke activiteit-omschrijvingen, heldere geografische afbakening, en een duur die past bij de transactie zijn essentieel. Een ervaren M&A-advocaat formuleert dit zo dat het beding zowel breed genoeg beschermt als bestand is tegen rechterlijke matiging.

Voor de wederpartij: combineer met andere bedingen. Een gelaagde structuur (concurrentiebeding plus geheimhouding plus non-solicitatie) biedt meer bescherming dan een enkel breed beding. Bij overtreding heeft u meer juridische haakjes om aan te pakken.

Voor de vertrekkende aandeelhouder: onderhandel actief. Een concurrentiebeding wordt door kopers vaak als 'standaard' gepresenteerd, maar is in werkelijkheid onderhandelbaar. Korter (bijvoorbeeld twee in plaats van vier jaar), specifieker (alleen kernactiviteit, geen aanpalende), of beperkter (regio, niet nationaal) kan vaak worden bereikt, mits de andere partij voldoende beschermd blijft.

Voor de vertrekkende aandeelhouder: respecteer wat is afgesproken. Een afgesloten concurrentiebeding negeren is risico-vol. Boetes kunnen oplopen, kort gedingen leiden tot publieke nederlaag, en reputatie wordt geschaad. Wanneer u zaken wil starten die in de buurt komen van het beding, vraag vooraf juridisch advies en eventueel toestemming van de wederpartij.

Bij twijfel over de scope: vraag uitleg vooraf. Wanneer u na het verstrijken van een eerste deel van de termijn wilt beginnen met activiteit die mogelijk binnen het beding valt, is een formele bevestiging van de wederpartij dat de activiteit is toegestaan, waardevol. Een schriftelijke bevestiging vermijdt latere discussie. Geen reactie of een dubbelzinnige reactie is voor uw positie ongunstig; wacht of vraag explicieter.

Werk met een advocaat die zowel ondernemingsrecht als procespraktijk kent. Het opstellen van een concurrentiebeding is theoretisch werk; het handhaven of bestrijden ervan is procespraktijk. Een advocaat die beide kanten kent, formuleert bedingen die in een procedure standhouden en kan adequaat reageren bij overtredingen of beschuldigingen.

Bronnen en vindplaatsen

De belangrijkste vindplaatsen bij dit artikel. Wetteksten via wetten.overheid.nl (de officiële publicatie), uitspraken via rechtspraak.nl.

Wetgeving

Rechtspraak

Veelgestelde vragen

Wat is een concurrentiebeding voor een ex-aandeelhouder?

Een contractuele afspraak die een verkopende of uittredende aandeelhouder verbiedt om gedurende een bepaalde periode concurrerende activiteit te ontplooien tegenover de onderneming. Anders dan bij werknemers gelden geen wettelijke beperkingen, wel redelijkheidseisen aan activiteit, gebied, en duur (typisch twee tot vijf jaar). Bij overtreding gelden boete-clausules en kort gedingen met dwangsom. Een te ruim beding kan door de rechter worden gematigd of vernietigd. Standaard onderdeel van elke SPA bij M&A. Lees verder: het concurrentiebeding voor ex-aandeelhouders.

Hoe lang mag een concurrentiebeding tussen ex-aandeelhouders duren?

In de regel wordt voor ex-aandeelhouders een duur van twee tot vijf jaar als gangbaar gezien. Een duur tot twee jaar is doorgaans weinig discutabel. Een duur van drie tot vijf jaar vraagt om onderbouwing, bijvoorbeeld een bedrijfsverkoop met veel goodwill die een langere periode rechtvaardigt dan het uittreden uit een klein samenwerkingsverband. Boven de vijf jaar wordt een beding zelden geaccepteerd. De rechter beoordeelt de duur bovendien in samenhang met de andere dimensies van het beding: een ruim omschreven activiteit of een groot geografisch gebied vraagt doorgaans om een kortere looptijd. Een te lange duur kan de rechter matigen of het beding gedeeltelijk buiten werking stellen.

Geldt artikel 7:653 BW ook voor een concurrentiebeding tussen ex-aandeelhouders?

Nee, artikel 7:653 BW geldt alleen voor concurrentiebedingen met werknemers, met strikte eisen aan vorm en schriftelijkheid. Was de vertrekkende aandeelhouder tevens werknemer, dan kan artikel 7:653 BW voor dat deel van de relatie alsnog relevant zijn. Voor een concurrentiebeding tussen ex-aandeelhouders geldt het algemene contractenrecht: vrijheid van contract, begrensd door de redelijkheid en billijkheid. Dat geeft partijen doorgaans meer ruimte, bijvoorbeeld bij duur en reikwijdte, maar de rechter ook meer ruimte om in te grijpen wanneer een beding doorschiet. Bij die toetsing weegt de rechter het belang bij handhaving van het beding af tegen het belang van de ex-aandeelhouder om economisch actief te blijven, binnen de grenzen van de redelijkheid en billijkheid (artikel 6:248 lid 2 BW).

Lees ook over het bredere onderwerp

Ondernemingsrecht →
Portretfoto van mr. Mukesh Kumar
mr. M. Kumar

Advocaat ondernemingsrecht en vastgoed in Amsterdam Zuidas. Schrijft deze kennisbank voor ondernemers die eerst zelf willen begrijpen waar ze staan.

Over mr. Kumar · Plan een kosteloos eerste gesprek

Verwante artikelen

Een vennootschapsrechtelijke kwestie bespreken?

Van aandeelhoudersgeschil tot bestuurdersaansprakelijkheid: in een kosteloos eerste gesprek hoort u waar u staat en wat de logische volgende stap is.