Aannemer failliet tijdens de bouw: uw stappenplan

Voor opdrachtgevers en ontwikkelaars met een stilgevallen bouwplaats: wat u de eerste week doet, waar uw geld zit en hoe de bouw weer verder komt.

Laatst bijgewerkt: 17 augustus 2026 · Geschreven en juridisch gecontroleerd door mr. M. Kumar, advocaat

In het kort

Gaat uw aannemer failliet tijdens de bouw, dan valt het werk stil en beslist de curator over de aanneemovereenkomst. Stel hem op grond van artikel 37 Fw een termijn om te verklaren of hij nakomt; doet hij dat niet, dan kunt u ontbinden en met een andere aannemer verder. Betaal ondertussen geen openstaande termijnen — uw tegenvordering wegens afbouwkosten en vertraging kunt u in beginsel verrekenen. Leg de stand van het werk direct vast en check uw zekerheden: garanties, depot en verzekeringen bepalen wat u terugziet.

De eerste week: veiligstellen en vastleggen

Het faillissement betekent niet dat uw rechten weg zijn — wel dat de volgorde van handelen nauw luistert. Betaal niets meer, ook geen 'laatste factuur om de relatie goed te houden': bevrijdend betalen kan alleen nog aan de boedel en uw verrekeningspositie is goud waard. Documenteer de bouwplaats grondig, inclusief aangevoerde materialen en het werk van onderaannemers. En meld u proactief bij de curator: wie vroeg aan tafel zit, weet eerder waar hij aan toe is.

De curator en uw aanneemovereenkomst: artikel 37 Fw

Praktijk. In de praktijk doet de curator een aanneemovereenkomst zelden gestand: afbouwen vergt personeel en geld dat de boedel meestal niet heeft. De 37 Fw-brief is dus vooral de formele sleutel die uw handelingsvrijheid ontgrendelt — zonder die stap loopt u het risico dat u zelf wanprestatie pleegt door met een ander verder te gaan. Hoe lang de termijn moet zijn, hangt af van de omstandigheden: in een overzichtelijk dossier is een tot twee weken doorgaans redelijk, maar onderzoekt de curator bijvoorbeeld een doorstart, dan kan hij aanspraak maken op meer tijd. Kondig in de brief meteen aan dat u bij uitblijven van gestanddoening ontbindt.

Let op de reikwijdte: doet de curator niet gestand, dan vervalt zijn recht op nakoming voor het nog niet uitgevoerde deel — maar termijnen die vóór het faillissement al verschuldigd waren voor wél verricht werk, blijft de boedel gewoon vorderen. Juist daarom is de verrekeningspositie uit de volgende paragraaf zo belangrijk.

Uw geld: openstaande termijnen, verrekening en de boedel

Reken de positie eerst volledig door: openstaande termijnen, de oorspronkelijke aanneemsom, de geraamde afbouwkosten en de vertragingsschade. Het saldo bepaalt of u per saldo schuldeiser of schuldenaar van de boedel bent — en dus of u moet indienen ter verificatie of juist een sterke verrekeningspositie heeft. Uw positie is daarbij sterker dan buiten faillissement: de curator kan de verrekening niet pareren met het processuele verweer dat de schade eerst maar vastgesteld moet worden — al moet uw schadebegroting uiteraard wel deugdelijk onderbouwd zijn. Hoe verificatie werkt, leest u in ons cluster vordering indienen bij de curator.

Garanties en zekerheden: waar uw vangnet zit

Bij zakelijke bouwcontracten is de bankgarantie of concerngarantie het eerste adres: lees de voorwaarden nauwkeurig op het trekkingsmoment en de vereiste documenten, en trek niet rauwelijks — een onterechte trekking creëert een tegenclaim. Bij projecten met een waarborgregeling neemt de garantiegever de afbouw of de meerkosten vaak (deels) over; meld het faillissement daar onmiddellijk, want meldtermijnen zijn kort. En loop de CAR-polis na: wie is verzekerd, en loopt de dekking door nu het werk stilligt?

Verder bouwen: de afbouw door een ander

Praktische aandachtspunten: laat de afbouwer de stand van het werk en de kwaliteit van het geleverde formeel opnemen (verborgen gebreken in het oude werk worden anders zíjn discussie), contracteer waar mogelijk de onderaannemers en leveranciers van de failliete aannemer rechtstreeks — zij kennen het project — en let op de garantiepositie: de afbouwer garandeert doorgaans alleen zijn eigen werk. Overweeg bij grote projecten een bouwkundig adviseur naast de advocaat; de juridische en technische knip moeten op elkaar aansluiten.

Retentierecht: als onderaannemers de bouwplaats vasthouden

Of het retentierecht tegen u standhoudt, hangt af van een streng, cumulatief toetsingskader uit de rechtspraak: de onderaannemer moet een opeisbare vordering hebben die voldoende samenhangt met precies het werk dat hij vasthoudt (een vordering uit een ander project of een andere overeenkomst telt niet mee), hij moet de feitelijke macht over het werk voortdurend en voor buitenstaanders kenbaar uitoefenen — wie werklieden van anderen toelaat, verspeelt die kenbaarheid — en zijn overeenkomst met de hoofdaannemer moet bevoegd zijn aangegaan of hij mocht daar redelijkerwijs op vertrouwen. Onderhandel dus niet blind ('dubbel betalen om van het slot af te komen'), maar laat de positie eerst toetsen: vaak is het retentierecht aantastbaar of het gevorderde bedrag disproportioneel. Een kort geding kan snel een voorlopige uitkomst geven — opheffing, of vrijgave tegen zekerheidstelling zoals een depot — waarna de bodemprocedure zo nodig het definitieve oordeel velt.

Wat het kost

De grootste bedragen zitten meestal niet in de juridische kosten maar in de afbouwmeerkosten en de vertraging — juist daarom loont het om de verrekenings- en garantieposities vroeg scherp te hebben. Griffierechten en proceskosten rekent u vooraf door met onze proceskosten-rekentools.

Meer over onze bouwpraktijk — van oplevergeschillen tot betalingsconflicten — vindt u op de pagina advocaat bouwrecht.

Bronnen en vindplaatsen

De belangrijkste vindplaatsen bij dit artikel. Wetteksten via wetten.overheid.nl (de officiële publicatie), uitspraken via rechtspraak.nl.

Wetgeving

Veelgestelde vragen

Mag ik de openstaande termijnfactuur van de failliete aannemer nog betalen?

Wacht daarmee. Betalen aan de aannemer zelf mag sowieso niet meer — na het faillissement betaalt u uitsluitend bevrijdend aan de boedel. Maar ook richting de curator is haast onverstandig: u heeft vrijwel zeker een tegenvordering wegens de niet-afgebouwde prestatie, herstelkosten of vertragingsschade, en die kunt u in beginsel verrekenen met wat u nog verschuldigd bent.

Laat de verrekeningspositie eerst in kaart brengen; wat u eenmaal aan de boedel heeft betaald, krijgt u praktisch niet meer terug.

Ben ik mijn aanbetaling of vooruitbetaalde termijnen kwijt?

Vooruitbetaald werk dat niet is uitgevoerd, levert een concurrente vordering op die u ter verificatie indient bij de curator — en concurrente schuldeisers ontvangen in de meeste faillissementen weinig of niets. Reken dus niet op de boedel.

Kansrijker zijn de omwegen: verrekening met termijnen die u zelf nog verschuldigd bent, een afbouw- of waarborggarantie, een bankgarantie of concerngarantie uit het contract, en bij consumentennieuwbouw het 5%-depot bij de notaris. Welke routes openstaan, hangt af van uw contract en garantiedocumentatie.

Van wie zijn de bouwmaterialen die op de bouwplaats liggen?

Dat hangt af van de vraag of ze al zijn verwerkt. Materialen die in het bouwwerk zijn verwerkt, zijn door natrekking eigendom van de grondeigenaar geworden — die blijven dus van u als opdrachtgever-eigenaar. Aangevoerde maar onverwerkte materialen zijn in beginsel van de aannemer (en vallen in de boedel), of van diens leverancier als die een eigendomsvoorbehoud heeft.

Inventariseer de bouwplaats daarom direct met foto's en laat niets afvoeren voordat de eigendomsposities helder zijn.

Kan ik direct een andere aannemer inschakelen om af te bouwen?

Niet direct. Stel de curator eerst schriftelijk een redelijke termijn om te verklaren of hij de aanneemovereenkomst gestand doet (artikel 37 Fw). Verklaart hij niet of niet tijdig, dan verliest de boedel het recht op nakoming en kunt u de overeenkomst ontbinden en verder met een ander.

Leg vóór de doorstart de stand van het werk vast — opnamerapport, foto's, zo nodig een deskundige — want de meerkosten van de afbouw ten opzichte van de oorspronkelijke aanneemsom zijn schade die u ter verificatie kunt indienen.

Wat is de 5%-regeling bij nieuwbouw?

Bij consumentennieuwbouw mag de koper de laatste 5% van de aanneemsom in depot storten bij de notaris in plaats van aan de aannemer te betalen (artikel 7:768 BW). Dat depot dient als zekerheid voor herstel van opleveringsgebreken — en bij een faillissement voorkomt het dat die buffer in de boedel verdwijnt.

Voor zakelijke bouwprojecten geldt de regeling niet automatisch; daar vervult een bankgarantie, een depot-afspraak of een inhoudingsclausule in het contract dezelfde functie. Dit regelt u bij het sluiten van het contract, niet bij het faillissement.

Lees ook over het bredere onderwerp

Insolventie & herstructurering →
Portretfoto van mr. Mukesh Kumar
mr. M. Kumar

Advocaat ondernemingsrecht en vastgoed in Amsterdam Zuidas. Schrijft deze kennisbank voor ondernemers die eerst zelf willen begrijpen waar ze staan.

Over mr. Kumar · Plan een kosteloos eerste gesprek

Verwante artikelen

Financiële druk of een naderend faillissement?

Hoe eerder u belt, hoe meer opties er zijn. In een kosteloos eerste gesprek hoort u welke routes nog openstaan.