Home › Praktijkgebieden › Insolventie & herstructurering
Insolventie & herstructurering
Voor ondernemers in zwaar weer en voor crediteuren die hun positie willen veiligstellen.
Insolventie- en herstructureringsrecht regelt wat er gebeurt wanneer een onderneming financieel in zwaar weer verkeert. Voor bestuurders, aandeelhouders en crediteuren betekent dit: faillissementsverzet, WHOA-akkoorden, doorstart-trajecten, bestuurdersaansprakelijkheid en de verdediging tegen curator-claims. Onze focus ligt op preventie waar mogelijk, en op effectieve verdediging waar het te laat is. Vroeg juridisch advies maakt vaak het verschil tussen een werkbare uitkomst en persoonlijke aansprakelijkheid.
In het kort
Insolventierecht omvat alle juridische routes rondom ondernemingen in financiële problemen: verzet tegen een faillissementsaanvraag, herstructurering via een WHOA-akkoord, doorstart na faillissement, en de afwikkeling van een definitief faillissement. Voor crediteuren omvat het de routes om verhaal te halen via beslag, executie of verificatie in een faillissement. Tijdige juridische actie bepaalt vaak de uitkomst, voor zowel debiteur als schuldeiser.
Wat insolventierecht inhoudt
Insolventierecht is het rechtsgebied dat tot leven komt zodra een onderneming niet meer aan haar verplichtingen kan voldoen, of dreigt te kunnen voldoen. Het is een uitgesproken procesrechtelijk gebied: de Faillissementswet schrijft strakke termijnen voor en de juridische routes lopen vaak via de rechtbank, met snelle besluitvorming en weinig ruimte voor latere correctie.
Drie categorieën cliënten komen in dit rechtsgebied terecht.
De debiteur in zwaar weer. Een onderneming die zelf met liquiditeitsproblemen kampt, of die met een faillissementsaanvraag wordt geconfronteerd. De juridische opties variëren van verzet tegen de aanvraag, surseance van betaling, een WHOA-traject, een onderhandse herstructurering, tot in het uiterste geval een eigen aangifte tot faillissement met geplande doorstart.
De crediteur op zoek naar verhaal. Een schuldeiser met een onbetaalde vordering. Routes lopen langs sommatie, dagvaarding, vonnis, executie, beslag en in laatste instantie aanvragen van het faillissement van de debiteur. In een lopend faillissement: indiening van de vordering bij de curator, eventueel betwisting, en uiteindelijk uitkering naar gelang van rang.
De bestuurder in zicht van persoonlijke aansprakelijkheid. Wanneer een BV failliet gaat, kijkt de curator standaard naar het bestuurshandelen in de drie jaar voorafgaand. Bestuurders die signalen krijgen dat zij persoonlijk aangesproken kunnen worden, hebben tijdige juridische ondersteuning nodig om hun positie te beoordelen en waar mogelijk te beperken.
In de praktijk lopen deze drie posities vaak parallel in één dossier. De ondernemer die debiteur is wordt soms ook persoonlijk aangesproken als bestuurder. De crediteur die verhaal zoekt op een failliet bedrijf moet rekening houden met paulianeuze handelingen en eventuele bestuurdersaansprakelijkheid. Een goede juridische analyse begint met het bepalen welke rol de cliënt heeft, welke beweegruimte daarbij hoort, en welke termijnen lopen.
Faillissement, verzet en surseance
Wanneer een onderneming zijn verplichtingen niet meer kan nakomen, kan een faillissement worden aangevraagd. De juridische gevolgen zijn ingrijpend en de tijdsdruk is hoog: na uitspraak heeft de gefailleerde zeer beperkte termijnen om in te grijpen, en eenmaal in faillissement zijn de meeste routes definitief afgesloten.
De aanvraag. Een faillissement kan worden aangevraagd door de debiteur zelf (eigen aangifte), door een crediteur, of door het Openbaar Ministerie. De rechtbank toetst of de debiteur in een toestand verkeert waarin hij heeft opgehouden te betalen, een redelijk laagdrempelige drempel die vaak al wordt aangenomen wanneer er twee onbetaalde vorderingen zijn (de pluraliteits-eis) en de debiteur deze niet kan voldoen.
Verzet tegen faillissement. De gefailleerde of een belanghebbende kan binnen veertien dagen na de faillissementsuitspraak verzet aantekenen op grond van artikel 8 Fw. Het verzet leidt tot een nieuwe behandeling van de aanvraag, waarbij de gefailleerde nu wel in de gelegenheid is om verweer te voeren. In de praktijk zien wij verzet-procedures vaak bij door bedrijfstakpensioenfondsen aangevraagde faillissementen, waar achterstand in pensioenpremies tot een aanvraag leidt zonder dat de werkgever feitelijk in een opgehouden-te-betalen-positie is. De verzet-procedure is technisch en korte termijnen lopen, en bij succesvolle behandeling wordt het faillissement vernietigd alsof het nooit is uitgesproken.
Surseance van betaling. Een wettelijk geregeld uitstel van betaling waarbij de schuldenaar onder toezicht van een bewindvoerder werkt aan een akkoord met crediteuren. Sinds de invoering van de WHOA per 1 januari 2021 wordt surseance in de praktijk steeds minder gebruikt: de WHOA biedt vergelijkbare bescherming met meer flexibiliteit en betere doorbrekings-mogelijkheden van weigerende crediteuren.
In alle drie categorieën is tijdige juridische actie cruciaal. De termijnen in het insolventierecht zijn fataal en de gevolgen van uitstel zijn vaak onomkeerbaar.
WHOA: herstructurering buiten faillissement
De WHOA is in vier jaar tijd uitgegroeid tot het belangrijkste herstructurerings-instrument van Nederland voor ondernemingen die te diep in de schulden zitten voor reguliere onderhandeling, maar te levensvatbaar voor faillissement. Het traject biedt iets wat eerder niet bestond: dwingbare crediteurenakkoorden zonder het hele kader van een faillissementsprocedure.
Wanneer WHOA passend is. Het WHOA-traject is bedoeld voor ondernemingen die redelijkerwijs niet in staat zullen zijn om te kunnen voortgaan met het betalen van hun schulden. De drempel is bewust laag gehouden zodat tijdig kan worden ingegrepen, vóór de feitelijke insolventie zich aandient. Vereist is wel dat de onderneming zonder herstructurering insolvent zou worden, en dat met de herstructurering levensvatbaarheid kan worden hersteld.
Het traject in hoofdlijnen. De schuldenaar (of een aangewezen herstructureringsdeskundige) stelt een akkoord op waarin crediteuren in klassen worden ingedeeld op grond van vergelijkbare belangen. Per klasse wordt over het akkoord gestemd. Wanneer ten minste één klasse instemt en aan een aantal aanvullende voorwaarden wordt voldaan, kan de schuldenaar de rechtbank vragen het akkoord te homologeren. Bij homologatie wordt het akkoord bindend voor alle crediteuren binnen de relevante klassen, ook degenen die tegen hebben gestemd. Het zogenaamde 'cross-class cram-down'.
Vertrouwelijk of openbaar. De WHOA biedt twee varianten. De besloten (vertrouwelijke) variant blijft buiten openbare publicatie, wat van groot belang kan zijn voor ondernemingen die hun reputatie en commerciële positie willen behouden tijdens de herstructurering. De openbare variant heeft als voordeel dat het automatisch door buitenlandse rechters wordt erkend onder Europese verordeningen.
Beschermingsmaatregelen. Tijdens de WHOA-procedure kan de schuldenaar afkoeling-maatregelen vragen, vergelijkbaar met het moratorium tijdens surseance. Crediteuren kunnen voor maximaal vier maanden geen verhaal halen op het vermogen, geen beslagen leggen, en geen faillissement aanvragen. Dit geeft de adempauze om het akkoord uit te onderhandelen.
In de praktijk loopt het WHOA-traject zelden los. Het werk loopt parallel aan financiele advisering (CFO of restructuring-adviseur), fiscale afstemming en commerciële herijking van de onderneming. De juridische rol is om de structuur en de termijnen te bewaken, en om bij verzet van crediteuren de juiste procedurele stappen te zetten.
Doorstart en activatransactie
Wanneer een onderneming insolvent is of dreigt te raken, en delen daarvan levensvatbaar zijn, is een doorstart vaak de uitkomst die voor alle betrokkenen het meeste oplevert. De curator behaalt een hogere opbrengst voor de boedel dan bij gefragmenteerde verkoop. De koper krijgt een lopende onderneming zonder de erfenis van de oude verplichtingen. Werknemers en commerciële relaties hebben kans op continuïteit.
Doorstart na faillissement. De curator verkoopt de levensvatbare onderdelen van de onderneming aan een koper. Klassiek vormgegeven als activatransactie waarbij specifieke activa (voorraad, machines, lopende orders, klantcontracten, eventueel handelsnaam) worden overgenomen, terwijl de verplichtingen van de oude vennootschap achterblijven om uit de boedel te worden voldaan. De koper krijgt een gezonde start, de gefailleerde rechtspersoon wordt afgewikkeld.
Pre-pack en WHOA-doorstart. Voor 2018 was de pre-pack populair: voorbereiding van de doorstart vóór de feitelijke faillissementsuitspraak, waarbij de beoogde curator alvast meedacht. De Hoge Raad en het Hof van Justitie EU hebben hier later kritischer naar gekeken in verband met de bescherming van werknemers (Smallsteps-arrest). Sinds de WHOA bestaat een alternatief: een doorstart binnen een WHOA-traject, met een akkoord dat de structuur van de nieuwe onderneming juridisch vastlegt zonder dat formeel faillissement nodig is.
Werknemers en doorstart. Bij doorstart na faillissement geldt artikel 7:663 BW (overgang van onderneming) in beginsel niet, waardoor de doorstartende werkgever niet automatisch alle werknemers en hun dienstverbanden overneemt. Dit is precies waarom de pre-pack constructie ter discussie kwam: bij doorstart die feitelijk pre-faillissement was voorbereid, beoordeelde het Hof van Justitie de werknemersbescherming kritisch. Bij echte doorstart na uitgesproken faillissement is de werknemersovergang in beginsel een commerciële keuze van de doorstartende werkgever, wel met arbeidsrechtelijke aandachtspunten.
Pauliana-risico voor de koper. Wanneer de doorstart vlak voor faillissement plaatsvindt zonder formele insolventie-route, kan de curator achteraf de transactie aanvechten op grond van de pauliana (artikel 42 e.v. Fw). Een goed voorbereide doorstart binnen de juiste juridische structuur voorkomt dit risico.
Bestuurdersaansprakelijkheid bij insolventie
Voor bestuurders is een faillissement van hun BV niet alleen een verlies van de onderneming. Het is ook het moment waarop de curator standaard onderzoekt of er gronden zijn voor persoonlijke aansprakelijkheid. De wetgever heeft hier meerdere routes ingesteld om crediteuren te beschermen tegen bestuurders die hun rol onbehoorlijk hebben vervuld.
Kennelijk onbehoorlijk bestuur (artikel 2:248 BW). De centrale grondslag voor bestuurdersaansprakelijkheid bij faillissement. Wanneer aannemelijk is dat het bestuur in de drie jaar voorafgaand aan het faillissement zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld, en deze onbehoorlijkheid een belangrijke oorzaak is van het faillissement, kan de curator de bestuurder persoonlijk aanspreken voor het tekort. Belangrijke aandachtspunten: niet voldoen aan de jaarrekeningen-publicatieplicht (vaststaand bewijsvermoeden), niet voldoen aan de boekhoud-plicht, en het aangaan van verplichtingen in de wetenschap dat deze niet meer betaald konden worden.
Niet-melding betalingsonmacht (artikel 36 IW). Bij niet-betaalde belastingen en premies is de bestuurder hoofdelijk aansprakelijk wanneer er geen tijdige melding van betalingsonmacht is gedaan bij de Belastingdienst en het pensioenfonds. De melding moet gedaan worden binnen veertien dagen nadat duidelijk werd dat niet betaald kan worden. In de praktijk wordt dit vaak vergeten of te laat gedaan, en de gevolgen zijn ingrijpend: zonder tijdige melding is de bestuurder in beginsel aansprakelijk, met omkering van de bewijslast.
Beklamel en onrechtmatig handelen. De Beklamel-norm uit het arrest van de Hoge Raad uit 1989 maakt een bestuurder persoonlijk aansprakelijk wanneer hij namens de BV verplichtingen aangaat terwijl hij wist of redelijkerwijs behoorde te weten dat de BV deze niet of niet binnen een redelijke termijn zou kunnen nakomen, en geen verhaal zou bieden voor de daaruit voortvloeiende schade.
Pauliana. Wanneer de bestuurder vlak voor faillissement nog handelingen heeft verricht die crediteuren benadelen (bijvoorbeeld vermogensoverheveling naar een andere entiteit, selectieve betaling, schenkingen), kan de curator deze handelingen vernietigen op grond van artikel 42 e.v. Fw. Naast vernietiging kan ook een persoonlijke aansprakelijkheidsclaim worden ingesteld.
Voor bestuurders die signalen krijgen dat persoonlijke aansprakelijkheid in beeld komt, is tijdige juridische ondersteuning cruciaal. Veel van de aansprakelijkheidsgronden kunnen, mits tijdig herkend, worden voorkomen of beperkt door correcte handelingen op de juiste momenten. Wachten tot de curator zich meldt is bijna altijd te laat.
Crediteuren-positie, beslag en executie
Voor crediteuren is verhaal halen op een debiteur in problemen een race tegen de klok. Zodra een onderneming in financiële problemen komt, slinkt het verhaalsobject. Eerst voldoen vaak de banken (vanwege zekerheden), daarna de fiscus (preferente positie), en pas dan de gewone crediteuren. Tijdige juridische actie bepaalt vaak hoe ver naar achteren in deze rij een crediteur belandt.
Conservatoir beslag (artikel 700 Rv). Vóór of tijdens een procedure kan een crediteur de voorzieningenrechter vragen verlof te geven voor conservatoir beslag op vermogensbestanddelen van de debiteur. Dit zekerstelt dat, mocht het tot een vonnis komen, er nog vermogen aanwezig is om op te executeren. Conservatoir beslag kan worden gelegd op bankrekeningen (derdenbeslag onder de bank), op onroerend goed, op machines en voorraden, en op vorderingen van de debiteur op derden. Het verlof wordt meestal binnen enkele dagen verleend en de beslaglegging is vaak een effectieve manier om druk op te bouwen voor schikking.
Executoriaal beslag. Wanneer een crediteur al een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis heeft, of een dwangbevel of authentieke akte met een executoriale titel, kan direct executoriaal beslag worden gelegd zonder verlof van de rechter. Dit gaat sneller en is goedkoper dan conservatoir beslag, en geeft direct de mogelijkheid om vermogensbestanddelen te verkopen ter voldoening van de vordering.
Faillissementsverificatie. Wanneer de debiteur in faillissement raakt, eindigt het individuele verhaalsrecht. Crediteuren dienen hun vordering in bij de curator. Deze inventariseert alle vorderingen, beoordeelt de rang (preferente of concurrent), en kan vorderingen betwisten. Bij betwisting volgt een renvooi-procedure. Uitkering vindt plaats naar gelang van rang en evenredig binnen de rang.
Tactische volgorde. In de praktijk werkt het zelden om alle routes tegelijk in te zetten. Een goed doordachte volgorde, gestart met conservatoir beslag voordat de debiteur tijd heeft om vermogen te verplaatsen, gevolgd door een korte procedure met snelle vonnis, en pas dan executie, levert vaak betere uitkomsten dan een diffuse aanval op meerdere fronten.
Bij signalen dat een debiteur in serieuze problemen verkeert, is snelheid cruciaal. Een crediteur die twee weken wacht met beslag is vaak twee weken te laat.
Hoe Clavix dit aanpakt
De aanpak van Clavix bij insolventie- en herstructurerings-dossiers volgt vier vaste stappen die in elk dossier herkenbaar zijn. In dit rechtsgebied geldt meer dan elders dat de eerste 48 uur vaak doorslaggevend zijn voor de uitkomst.
Eerst de feitelijke positie helder. Voor de juiste juridische strategie moet eerst de feitelijke financiële situatie en de positie van de cliënt helder zijn. Welke verplichtingen, welke schuldeisers, welke zekerheden, welke termijnen. Is de cliënt debiteur, crediteur, bestuurder, of een combinatie daarvan? In welk stadium bevindt het dossier zich: dreiging van aanvraag, aangevraagd faillissement, lopende procedure, faillissement uitgesproken? Welke termijnen lopen?
Strategie voor de juridische uitvoering. Pas wanneer de feiten en de positie helder zijn, wordt de juridische strategie ingericht. Voor een debiteur: verzet, surseance, WHOA, doorstart, of eigen aangifte met geplande continuïteit? Voor een crediteur: snel beslag, dagvaarding, of afwachten van een eventueel faillissement met indiening? Voor een bestuurder: actief verweer tegen aansprakelijkheidsclaims, of preventieve maatregelen om aansprakelijkheid te beperken?
Persoonlijke en snelle uitvoering. De juridische uitvoering wordt geleverd door mr. Kumar persoonlijk. In dit rechtsgebied is snelheid kritiek: termijnen zijn fataal, en wachten op de tweede juridische beoordeling door een associate is geen optie. Voor verzet-procedures lopen termijnen van veertien dagen. Voor WHOA-trajecten zijn de fases strak afgebakend. Voor beslagleggingen telt elke dag.
Heldere fee-afspraak vooraf. Voor afgebakende trajecten waar mogelijk vaste prijs, voor open-eind-trajecten een uurtarief. Welke vorm passend is, wordt voorafgaand aan de opdrachtbevestiging in overleg bepaald. Lees meer over [hoe wij werken](/werkwijze).
Voor ondernemers met een combinatie van insolventie-vraagstukken en aandeelhoudersconflict, of insolventie-vraagstukken rond een vastgoed-portefeuille, lopen de dossiers vaak parallel met [ondernemingsrecht](/ondernemingsrecht) en [vastgoed × ondernemers](/vastgoed-en-ondernemers).
Veelgestelde vragen
Hoe verzet ik me tegen een faillissementsaanvraag?
Verweer wordt op de zitting gevoerd voor de rechtbank die de aanvraag behandelt. Belangrijke gronden: de schuldeiser heeft geen vorderingsrecht, de schuldenaar verkeert niet in toestand van opgehouden betalen, of er is reëel uitzicht op schuldsanering of betalingsregeling. Tijdige juridische voorbereiding en zorgvuldige onderbouwing zijn doorslaggevend.
Wat is een doorstart na faillissement?
Een doorstart is overname van levensvatbare bedrijfsonderdelen na faillissement, meestal via een activatransactie van de curator. De koper neemt geselecteerde activa (machines, voorraad, goodwill, eventueel personeel) over zonder de schulden. De curator beoordeelt het hoogste bod in het belang van de gezamenlijke schuldeisers. Snelheid en goede voorbereiding bepalen vaak de uitkomst.
Wat doe ik als een schuldeiser faillissement tegen mijn onderneming aanvraagt?
Drie acties direct. Controleer of de vordering klopt en of een betalingsregeling mogelijk is. Bereid eventueel verzet voor: een goed onderbouwd verzet kan de behandeling weken uitstellen of leiden tot afwijzing van de aanvraag. Schakel een advocaat in voordat de zitting plaatsvindt. Na uitspreken van het faillissement zijn de mogelijkheden veel beperkter.
Wanneer is een bestuurder aansprakelijk bij faillissement?
Artikel 2:248 BW maakt een bestuurder aansprakelijk voor het tekort in een faillissement bij kennelijk onbehoorlijk bestuur in de drie jaren voorafgaand. Wettelijk vermoeden van kennelijk onbehoorlijk bestuur ontstaat bij niet-tijdige publicatie van de jaarrekening of niet-voldoen aan de boekhoudplicht. Verweer is mogelijk, maar vereist bewijs dat het tekort niet aan onbehoorlijk bestuur te wijten is.
Wat is een paulianeuze handeling?
Een paulianeuze handeling (artikel 42 en volgende Faillissementswet) is een rechtshandeling die een schuldenaar onverplicht verricht en die zijn schuldeisers benadeelt. Voorbeelden: vlak voor faillissement een pand verkopen voor te lage prijs, schulden aan familie selectief betalen, of activa overhevelen naar een andere BV. De curator kan deze handelingen vernietigen en het overgedragene terugvorderen.
Hoe werkt de WHOA?
De Wet Homologatie Onderhands Akkoord (in werking sinds 1 januari 2021) maakt het mogelijk dat een onderneming buiten faillissement schulden herstructureert via een akkoord met (een deel van) haar schuldeisers, dat door de rechter wordt gehomologeerd. Tegenstemmende klassen kunnen onder voorwaarden worden gebonden. Vooral nuttig voor ondernemingen met levensvatbare kern maar onhoudbare schuldenpositie.
Wat is selectieve betaling en wanneer is het toelaatbaar?
Selectieve betaling is het bevoordelen van bepaalde schuldeisers boven andere in een periode van betalingsonmacht. Het kan leiden tot bestuurdersaansprakelijkheid (Beklamel-norm) en pauliana-vorderingen door de curator. Onder strikte voorwaarden (de betaling dient voortzetting van de onderneming en alle vergelijkbare schuldeisers krijgen evenredig) kan het toelaatbaar zijn. In de praktijk zelden veilig zonder advocaat.
Wat moet ik in de eerste 14 dagen na faillissement doen?
Vier prioriteiten. Volledige medewerking aan de curator: weigering kan bestuurdersaansprakelijkheid versterken. Eigen administratie en e-mail veiligstellen voor eventueel verweer. Beoordeel of doorstart-mogelijkheden bestaan en met welke bieder. Beoordeel persoonlijke aansprakelijkheidsrisico's met een advocaat. Onze notitie "De eerste 14 dagen na een faillissement" beschrijft het in detail.
Onze specialisaties op dit gebied
In deze sectoren werken wij dit rechtsgebied uit
Sector-specifieke toepassingen van Insolventie & herstructurering.
Verdiepende artikelen
- Verzet tegen een faillissement: termijnen, gronden en wat u moet wetenWanneer het rechtsmiddel binnen acht dagen wordt benut, herleeft de onderneming bij succes.
- Bestuurdersaansprakelijkheid bij faillissement: artikel 2:248 BW in de praktijkWanneer de curator zich tot uw privevermogen mag richten, en wanneer u dat kunt voorkomen.
- WHOA-traject voor de ondernemer: kosten, kansen, en wanneer het zin heeftSinds 2021 biedt de wet een route naar herstructurering buiten faillissement om.
- Activatransactie tijdens faillissement: doorstart, biedingsproces, en risico's voor de overnemerHoe activa uit een failliete boedel worden verkocht, en waar de overnemer op moet letten.
- Pauliana-actie van de curator: wanneer transacties worden teruggedraaidHoe de curator bij faillissement transacties uit de aanloopperiode kan aantasten, en hoe u dat risico beperkt.
Verwante praktijkgebieden
Heeft u een vraag over dit onderwerp?
Plan een eerste gesprek. We luisteren naar uw situatie en geven aan of, en hoe, wij u kunnen bijstaan.