HomeInsolventie & herstructureringTurboliquidatie van een BV: wanneer mag het en wanneer niet

Turboliquidatie van een BV: wanneer mag het en wanneer niet

Ontbinding zonder vereffening kan alleen zonder baten. Wat het bestuur moet vastleggen en wat het riskeert.

Laatst bijgewerkt: 13 augustus 2026 · Door mr. M. Kumar

In het kort

Turboliquidatie is ontbinding van een BV zonder vereffening, mogelijk op grond van artikel 2:19 lid 4 BW wanneer de vennootschap op het tijdstip van ontbinding geen baten meer heeft. De rechtspersoon houdt dan onmiddellijk op te bestaan. Sinds 15 november 2023 moet het bestuur verantwoording afleggen bij het handelsregister en de schuldeisers daarover informeren. De toets of er werkelijk geen baten waren is materieel en niet boekhoudkundig: een vordering op een derde of goodwill die te gelde kan worden gemaakt is een bate en sluit turboliquidatie uit.

Wat turboliquidatie is

Bij een reguliere ontbinding treedt het bestuur op als vereffenaar en wordt het vermogen volgens de wettelijke rangorde verdeeld. Turboliquidatie slaat die fase volledig over: is er op het tijdstip van ontbinding geen bate meer, dan houdt de rechtspersoon onmiddellijk op te bestaan en volstaat opgaaf aan het handelsregister.

Dat verklaart de aantrekkelijkheid en tegelijk het risico. De route is snel en goedkoop, en er komt geen curator aan te pas die het verleden onderzoekt. Precies daarom toetst de rechter achteraf streng of aan de voorwaarde werkelijk was voldaan.

Wanneer het mag en wanneer niet

De rechtspraak van de laatste jaren is hierin consistent. De rechtbank Rotterdam oordeelde dat een bestuurder niet voor turboliquidatie mocht kiezen omdat de vennootschap via voortgezette opdrachten nog inkomsten had kunnen genereren, en wees erop dat een faillissementsaanvraag of overleg met schuldeisers de aangewezen weg was (ECLI:NL:RBROT:2025:11851).

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch bevestigde dat oneigenlijk gebruik kan bestaan uit het overbrengen van de winstgevende activiteiten naar een nieuwe vennootschap terwijl de schuld in de te liquideren BV achterblijft (ECLI:NL:GHSHE:2023:843). Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden kwam tot hetzelfde oordeel bij een activaoverdracht kort voor de ontbinding (ECLI:NL:GHARL:2023:7034). De Hoge Raad heeft dat arrest op 15 november 2024 in stand gelaten met toepassing van artikel 81 RO (ECLI:NL:HR:2024:1665), zodat deze lijn cassatiebestendig is.

Wat geen baten precies betekent

De toets is materieel en niet boekhoudkundig. Dat de schulden de baten overtroffen zegt niets: beslissend is of er op het ontbindingsmoment werkelijk niets meer te verdelen was, en of er in de aanloop niet oneigenlijk aan het vermogen is onttrokken.

Waren activa of klantrelaties kort voor de ontbinding overgedragen aan een gelieerde vennootschap waar de onderneming met verdienvermogen wordt voortgezet, dan waren er wel baten, ook als de balans van de geliquideerde BV leeg was. Betalingen aan een gelieerde schuldeiser terwijl anderen onbetaald bleven kunnen daarnaast selectieve betaling opleveren.

De verantwoordingsplicht sinds 15 november 2023

De eisen aan die verantwoording zijn inhoudelijk. De enkele vaststelling dat de schulden de baten overtroffen is uitdrukkelijk onvoldoende. Inzichtelijk moet worden of voorraden onder de marktprijs zijn verkocht, wat op pauliana kan duiden, en of gelieerde schuldeisers zonder geldige reden zijn bevoordeeld.

De rechtbank Rotterdam achtte een deponering ontoereikend omdat de verkoopprijs van overgedragen activa en de verdeling van de opbrengst ontbraken, wat meewoog bij het aannemen van bestuurdersaansprakelijkheid (ECLI:NL:RBROT:2026:2669). De verplichting geldt voor ontbindingen vanaf de inwerkingtreding van de Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie; voor eerdere ontbindingen niet.

Wat een schuldeiser kan doen

Heropening is geen verplicht voortraject. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat een schuldeiser niet gehouden is eerst heropening te vragen voordat hij de bestuurder aanspreekt.

Voor die aansprakelijkstelling geldt de maatstaf dat de bestuurder heeft bewerkstelligd of toegelaten dat de vennootschap haar verplichtingen niet nakomt en hem daarvan een voldoende ernstig verwijt kan worden gemaakt. Is sprake van betalingsonwil in plaats van onmacht, dan is de schade in beginsel het volledige onbetaalde bedrag, en rust op de bestuurder de last aan te tonen dat het onmacht was.

Wanneer faillissement of WHOA de juiste route is

Turboliquidatie biedt geen gecontroleerde herstructurering. De route markeert alleen het einde van de rechtspersoon. Waar de onderneming nog levensvatbaar is past een WHOA-traject beter, en waar een schuldeiser al een aanvraag heeft ingediend is verweer tegen de faillissementsaanvraag de eerste vraag. Wordt turboliquidatie toch gebruikt terwijl de onderneming elders wordt voortgezet zonder de schulden mee te nemen, dan is dat het klassieke patroon van misbruik dat in de rechtspraak wordt afgestraft.

Bij een dreigende aanvraag door een schuldeiser is de keuze tussen verweer, eigen aangifte met geplande doorstart en een akkoord een strategische afweging die per dossier verschilt.

Wat het bestuur persoonlijk riskeert

Het eerste risico werkt door naar de indirecte bestuurder via artikel 2:11 BW, zodat ook de holdingbestuurder in beeld komt.

Volgt na de turboliquidatie alsnog een faillissement, dan levert schending van de administratie- of publicatieplicht een wettelijk bewijsvermoeden op dat het onbehoorlijk bestuur een belangrijke oorzaak van het faillissement was. De curator onderzoekt in dat geval ook of er sprake was van een paulianeuze handeling. Over de omvang van deze bestuurdersaansprakelijkheid bij faillissement bestaat uitgebreide rechtspraak. Het bestuursverbod zelf is geen automatisme maar een discretionaire bevoegdheid van de rechter.

Een punt dat vaak onjuist wordt weergegeven: de bestuursverbodgrond die specifiek aan turboliquidatie is gekoppeld, artikel 2:19c BW, was op 11 augustus 2026 nog niet in werking getreden. Een bestuursverbod loopt op dit moment dus niet rechtstreeks uit de turboliquidatie zelf voort, maar uitsluitend via een daadwerkelijk faillissement en artikel 2:248 BW. Dit is een regeling in ontwikkeling.

Veelgestelde vragen

Wat is turboliquidatie van een BV?

Turboliquidatie is ontbinding van een vennootschap die op het moment van ontbinding geen baten meer heeft. De vennootschap houdt dan op grond van artikel 2:19 lid 4 BW direct op te bestaan, zonder vereffening en zonder curator.

Dat maakt het snel en goedkoop, en juist daarom kijken schuldeisers en rechters kritisch mee. Zijn er wel baten, dan is turboliquidatie niet de aangewezen route en volgt vereffening of een faillissementsaanvraag.

Voor de voorwaarden en de risicos, zie wanneer turboliquidatie wel en niet mag.

Wanneer is turboliquidatie onrechtmatig tegenover schuldeisers?

Wanneer de bestuurder de vennootschap leeg achterlaat terwijl er verhaalsmogelijkheden waren. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden achtte een bestuurder aansprakelijk die de onderneming binnen concern overbracht en een schuldeiser liet zitten (ECLI:NL:GHARL:2023:7034); de Hoge Raad liet dat arrest op 15 november 2024 in stand (ECLI:NL:HR:2024:1665).

Ook de rechtbank Rotterdam oordeelde dat een bestuurder niet op goede gronden voor turboliquidatie koos toen de vennootschap nog inkomsten had kunnen genereren (ECLI:NL:RBROT:2025:11851). Selectieve betaling van andere schuldeisers weegt eveneens mee (ECLI:NL:RBROT:2026:2669).

De aansprakelijkheidsrisicos staan uitgewerkt in bestuurdersaansprakelijkheid bij faillissement.

Welke stukken moeten bij een turboliquidatie worden gedeponeerd?

Sinds de Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie geldt een verantwoordingsplicht bij het handelsregister. De rechtbank Rotterdam achtte een deponering ontoereikend omdat de verkoopprijs van overgedragen activa en de verdeling van de opbrengst ontbraken, wat meewoog bij het aannemen van bestuurdersaansprakelijkheid (ECLI:NL:RBROT:2026:2669).

Praktisch: leg vast waarom er geen baten waren, wat er met eventuele activa is gebeurd, tegen welke prijs, en hoe de opbrengst is verdeeld.

Zie voor de volledige verantwoordingsplicht de vereisten bij turboliquidatie.

Kan een schuldeiser na een turboliquidatie nog iets doen?

Ja. Een schuldeiser kan de bestuurder persoonlijk aanspreken uit onrechtmatige daad, en bij een concernstructuur ook de vennootschap die de onderneming heeft overgenomen. In de zaak bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden werd naast de bestuurder ook de verkrijgende vennootschap aansprakelijk gehouden.

Daarnaast kan een faillissementsaanvraag tegen de ontbonden vennootschap worden gedaan, mits summierlijk van baten blijkt. Ontbreekt die aanwijzing, dan wordt zo een verzoek afgewezen (ECLI:NL:RBROT:2024:191).

Voor de verhaalsroutes, zie de pauliana-actie van de curator.

Lees ook over het bredere onderwerp

Insolventie & herstructurering →

Verwante artikelen

Plan een eerste gesprek

We luisteren naar uw situatie en geven aan of, en hoe, wij u kunnen bijstaan.