Home › Vastgoedrecht › Huurder van bedrijfsruimte betaalt niet: incasso, ontbinding en ontruiming
Huurder van bedrijfsruimte betaalt niet: incasso, ontbinding en ontruiming
Wat een verhuurder kan doen vanaf de eerste gemiste betaling, en waar de rechter de grens legt
In het kort
Ontbinding van een huurovereenkomst voor bedrijfsruimte wegens huurachterstand kan uitsluitend via de rechter, ongeacht wat het contract bepaalt. De maatstaf is die van artikel 6:265 BW: iedere tekortkoming geeft recht op ontbinding, tenzij die van te geringe betekenis is. Een forse achterstand is geen garantie. De rechter weegt alle omstandigheden, en kan de huurder daarnaast een laatste termijn van ten hoogste een maand gunnen.
Ontbinding kan alleen via de rechter
De eerste misvatting die verhuurders geld kost is de aanname dat een huurovereenkomst bij wanbetaling per brief kan worden ontbonden. Dat kan bij gewone overeenkomsten, en niet bij huur van een gebouwde onroerende zaak.
Artikel 7:231 lid 1 BW bepaalt dat ontbinding op de grond dat de huurder is tekortgeschoten slechts door de rechter kan geschieden. De uitzondering in lid 2 ziet op ernstige verstoring van de openbare orde en speelt bij een huurachterstand geen rol. Lid 3 bepaalt dat van lid 1 niet ten nadele van de huurder kan worden afgeweken.
Dit regime is voor beide bedrijfsruimteregimes gelijk. Artikel 7:231 BW staat in de algemene bepalingen van de huurtitel en spreekt van een gebouwde onroerende zaak, zonder onderscheid tussen 290- en 230a-ruimte. Het verschil tussen die regimes zit in de beëindiging door opzegging, niet in de ontbinding wegens wanbetaling.
Voor de opzeggingskant, zie opzegging van huurovereenkomsten bedrijfsruimte.
Wanneer een achterstand ontbinding rechtvaardigt
Artikel 6:265 lid 1 BW geeft de hoofdregel en de uitzondering in één zin. Iedere tekortkoming geeft recht op ontbinding, tenzij de tekortkoming gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis die ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Lid 2 voegt toe dat de bevoegdheid pas ontstaat wanneer de schuldenaar in verzuim is.
De Hoge Raad heeft op 28 september 2018 bij prejudiciële beslissing uitleg gegeven aan die bepaling (ECLI:NL:HR:2018:1810). De kern is dat slechts een tekortkoming van voldoende gewicht recht geeft op ontbinding, en dat aan geen enkel gezichtspunt op voorhand een beslissende rol toekomt ongeacht de overige omstandigheden. De stelplicht voor de tekortkoming ligt bij de verhuurder, het beroep op de tenzij-bepaling bij de huurder.
De praktijkdrempel. Kantonrechters hanteren als uitgangspunt dat een achterstand van circa drie maandtermijnen ontbinding in beginsel rechtvaardigt. Dat is geen wettelijke regel en geen regel van de Hoge Raad, maar een lijn in de feitenrechtspraak. Presenteer het in correspondentie dus als praktijk, niet als recht.
Een forse achterstand is geen garantie. De rechtbank Amsterdam wees op 14 oktober 2025 een ontbindingsvordering af bij een achterstand van 128.802,42 euro op een huur van ruim 21.000 euro per maand (ECLI:NL:RBAMS:2025:7632). De achterstand was fors, en rechtvaardigde de ontbinding niet. Investeringen van de huurder in het gehuurde en een ruime bankgarantie wogen mee.
Externe oorzaken tellen. Het gerechtshof Den Haag oordeelde op 29 april 2025 dat een forse huurachterstand die tijdens de coronaperiode was ontstaan de ontbinding niet rechtvaardigde (ECLI:NL:GHDHA:2025:799). In diezelfde zaak speelde een huurprijsvermindering wegens te weinig geleverde parkeerplaatsen, wat laat zien dat eigen tekortkomingen van de verhuurder op de incassopositie afstralen.
De terme de grace: de laatste kans van de rechter
Artikel 7:280 BW bepaalt dat de rechter, alvorens op de voet van artikel 7:231 BW een ontbinding uit te spreken, de huurder een termijn van ten hoogste een maand kan toestaan om alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen.
Het gerechtshof s-Hertogenbosch heeft die bevoegdheid op 11 januari 2022 uitgelegd (ECLI:NL:GHSHE:2022:32). Het gaat om een discretionaire bevoegdheid met grote vrijheid, met het karakter van een laatste kans. De huurder kan er geen harde aanspraak aan ontlenen en de rechter past haar terughoudend toe.
Wat de doorslag geeft. In de rechtspraak hangt de toewijzing vrijwel steeds op de vraag of de huurder concreet aannemelijk maakt dat hij de achterstand binnen die maand kan aflossen. Ontbreekt dat zicht, of is aannemelijk dat de achterstand verder oploopt, dan volgt weigering.
Wat de verhuurder hiertegen inbrengt. Het effectiefste verweer is aantonen dat de huurder eerder al gelegenheid heeft gekregen en die niet heeft benut, en dat geen concreet betalingsbewijs wordt overgelegd. Leg eerdere betalingsregelingen en het verloop daarvan daarom vast.
Verzuim, rente en incassokosten
Het huurrecht kent geen eigen verzuimregeling. Verzuim treedt in via de artikelen 6:81 tot en met 6:83 BW. Is een fatale betaaltermijn overeengekomen, bijvoorbeeld betaling bij vooruitbetaling per de eerste van de maand, dan treedt verzuim van rechtswege in zonder ingebrekestelling.
Sommeer toch. Ook wanneer verzuim van rechtswege intreedt, is een schriftelijke aanmaning verstandig. Die maakt de stelplicht in een latere procedure eenvoudiger en legt het verloop van de achterstand vast.
Handelsrente. Bij een handelsovereenkomst geldt de wettelijke handelsrente van artikel 6:119a BW, die aanzienlijk hoger ligt dan de gewone wettelijke rente. Die loopt vanaf de dag volgend op de overeengekomen uiterste betaaldag, of bij gebreke daarvan dertig dagen na ontvangst van de factuur.
Incassokosten. Bij een zakelijke wederpartij geldt op grond van artikel 6:96 lid 4 BW een minimumvergoeding, zonder de aanmaningsvereisten die bij consumenten gelden. Hogere kosten zijn toewijsbaar voor zover daadwerkelijk buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht.
Reken zorgvuldig. Een fout in de eigen specificatie van de achterstand ondermijnt de hele vordering. Zorg dat het overzicht per maand met vervaldata aansluit op de verstuurde sommaties.
Kort geding naast de bodemprocedure
Een oplopende achterstand en het belang bij snelle wederverhuur leveren doorgaans voldoende spoedeisend belang op. De rechtbank Limburg achtte dat op 4 april 2025 aanwezig wegens een nog steeds oplopende huurachterstand en het incassorisico (ECLI:NL:RBLIM:2025:3298).
De materiële maatstaf is strenger dan in de bodemprocedure. De voorzieningenrechter beslist niet zelf over de ontbinding, maar toetst of met grote mate van waarschijnlijkheid valt te verwachten dat de bodemrechter tot ontbinding zal komen. De rechtbank Zeeland-West-Brabant wees op 8 mei 2024 op die grondslag ontruiming van bedrijfsruimte toe (ECLI:NL:RBZWB:2024:3119).
Wanneer kort geding past. Bij een duidelijke, onbetwiste en substantiële achterstand. Voert de huurder een verrekenings- of opschortingsverweer, of is de achterstand feitelijk betwist, dan is er geen ruimte voor bewijslevering en is de bodemprocedure de aangewezen route.
Het restitutierisico. Een ontruiming is feitelijk vrijwel niet terug te draaien. Blijkt in de bodemprocedure dat ontbinding niet gerechtvaardigd was, dan staat de verhuurder bloot aan een schadevergoedingsvordering wegens onrechtmatige tenuitvoerlegging. Weeg dat mee voordat u kort geding aanhangig maakt.
Zekerheden en faillissement van de huurder
Artikel 39 Fw regelt de positie van de lopende huur bij faillissement van de huurder. Zowel de curator als de verhuurder kan de huur tussentijds doen eindigen, met inachtneming van de overeengekomen of gebruikelijke termijn, waarbij een termijn van drie maanden in elk geval voldoende is. Vanaf de dag van de faillietverklaring is de huurprijs boedelschuld.
De Hoge Raad heeft op 14 januari 2011 beslist dat een opzegging op de voet van artikel 39 Fw een regelmatige wijze van beëindiging is die jegens de boedel niet tot schadevergoeding verplicht, ook niet wanneer dat contractueel is bedongen (ECLI:NL:HR:2011:BO3534). Leegstandschade levert dus geen boedelvordering op.
Op 15 november 2013 heeft de Hoge Raad daaraan toegevoegd dat de bescherming van artikel 39 Fw uitsluitend de boedel geldt (ECLI:NL:HR:2013:1244). Een bankgarantie of concerngarantie die ook leegstandschade dekt, kan daarom jegens de garant worden ingeroepen, ook al is diezelfde schade niet als boedelvordering afdwingbaar. Dat maakt de tekst van de garantie bepalend.
Spreek zorgvuldig aan. Wordt de garantie ingeroepen voor bedragen die niet daadwerkelijk verschuldigd zijn, dan volgt terugvordering wegens onverschuldigde betaling. Splits de aanspraak per component en onderbouw elke post.
Stappenplan vanaf de eerste gemiste betaling
Een. Maan schriftelijk aan zodra de contractuele betaaldatum is verstreken, ook wanneer verzuim al van rechtswege intreedt.
Twee. Stel bij voortduren formeel in gebreke met een redelijke termijn, en vermeld de handelsrente en de gevolgen van voortduren.
Drie. Beoordeel bij een oplopende achterstand of de bankgarantie of waarborgsom kan worden aangesproken, en of dat verstandig is gelet op de resterende looptijd.
Vier. Bereid een dagvaarding voor zodra de achterstand de praktijkdrempel nadert, met vordering tot betaling, handelsrente, incassokosten, ontbinding en ontruiming. Beoordeel tegelijk of de zaak zich voor kort geding leent.
Vijf. Bij faillissement van de huurder: meld de vordering ter verificatie, beoordeel de zekerheden, en wacht niet af of de curator opzegt. De verhuurder is daartoe zelf ook bevoegd.
Wat niet werkt. Te lang wachten met dagvaarden, een onnauwkeurige berekening van de achterstand, en het zelf niet nakomen van opleverings- of onderhoudsverplichtingen. Alle drie verzwakken de eigen positie in de procedure.
Twijfelt u welk huurregime op het gehuurde van toepassing is, zie het verschil tussen 290- en 230a-bedrijfsruimte.
Veelgestelde vragen
Bij hoeveel huurachterstand kan ik de huurovereenkomst laten ontbinden?
De wet noemt geen aantal maanden. Artikel 6:265 lid 1 BW bepaalt dat iedere tekortkoming recht geeft op ontbinding, tenzij die gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis de ontbinding niet rechtvaardigt. De Hoge Raad heeft op 28 september 2018 beslist dat aan geen enkel gezichtspunt op voorhand een beslissende rol toekomt (ECLI:NL:HR:2018:1810).
In de feitenrechtspraak geldt een achterstand van circa drie maandtermijnen als praktijkdrempel. Dat is geen wettelijke regel. De rechtbank Amsterdam wees op 14 oktober 2025 ontbinding af bij een achterstand van ruim 128.000 euro, mede vanwege investeringen van de huurder en een ruime bankgarantie (ECLI:NL:RBAMS:2025:7632).
De volledige toets staat in wanneer een achterstand ontbinding rechtvaardigt.
Kan ik de huurovereenkomst zelf ontbinden bij wanbetaling?
Nee. Artikel 7:231 lid 1 BW bepaalt dat ontbinding van de huur van een gebouwde onroerende zaak wegens een tekortkoming van de huurder slechts door de rechter kan geschieden. Lid 3 maakt die regel dwingend recht.
Een contractueel beding dat u de bevoegdheid geeft om bij huurachterstand buitengerechtelijk te ontbinden, houdt daarom geen stand. Dat geldt voor 290-bedrijfsruimte en 230a-bedrijfsruimte gelijk, omdat artikel 7:231 BW in de algemene bepalingen van de huurtitel staat.
Zie voor de procedure ontbinding en ontruiming bij huurachterstand.
Wat is een terme de grace bij huurachterstand?
Artikel 7:280 BW geeft de rechter de bevoegdheid om de huurder, voordat hij ontbinding uitspreekt, een termijn van ten hoogste een maand te gunnen om alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen.
Het gerechtshof s-Hertogenbosch omschreef die bevoegdheid op 11 januari 2022 als discretionair, met het karakter van een laatste kans, waaraan de huurder geen harde aanspraak kan ontlenen en die de rechter terughoudend toepast (ECLI:NL:GHSHE:2022:32). De rechter kan haar ook ambtshalve toepassen. In de praktijk hangt toewijzing af van de vraag of de huurder concreet aannemelijk maakt binnen die maand te kunnen betalen.
Meer hierover in de terme de grace bij bedrijfsruimte.
Wat gebeurt er met de huur als mijn huurder failliet gaat?
Artikel 39 Fw bepaalt dat zowel de curator als de verhuurder de huur tussentijds kan doen eindigen, met inachtneming van de overeengekomen of gebruikelijke termijn, waarbij een termijn van drie maanden in elk geval voldoende is. Vanaf de dag van de faillietverklaring is de huurprijs boedelschuld.
De Hoge Raad besliste op 14 januari 2011 dat een opzegging op grond van artikel 39 Fw jegens de boedel niet tot schadevergoeding verplicht, ook niet wanneer dat contractueel is bedongen (ECLI:NL:HR:2011:BO3534). Op 15 november 2013 voegde de Hoge Raad daaraan toe dat die bescherming alleen de boedel geldt, zodat een bankgarantie die leegstandschade dekt wel jegens de garant kan worden ingeroepen (ECLI:NL:HR:2013:1244).
Zie voor zekerheden en faillissement uw positie bij faillissement van de huurder.
Lees ook over het bredere onderwerp
Vastgoedrecht →Verwante artikelen
Plan een eerste gesprek
We luisteren naar uw situatie en geven aan of, en hoe, wij u kunnen bijstaan.