HomeInsolventie & herstructureringConservatoir beslag: verlof, gevolgen en opheffing

Conservatoir beslag: verlof, gevolgen en opheffing

Verhaal zekerstellen voordat er een vonnis is, en wat u kunt doen als er beslag op uw vermogen ligt.

Laatst bijgewerkt: 13 augustus 2026 · Door mr. M. Kumar

In het kort

Conservatoir beslag is een bewarende maatregel waarmee een schuldeiser met verlof van de voorzieningenrechter vermogen van de schuldenaar vastlegt, vooruitlopend op een procedure, zodat een later vonnis niet zonder verhaal blijft. De toets bij het verlof is summier: de vordering moet summierlijk deugdelijk blijken, en daarnaast wegen proportionaliteit, subsidiariteit en de belangen van beide partijen mee. De eis in de hoofdzaak moet binnen de door de rechter bepaalde termijn worden ingesteld, anders vervalt het beslag van rechtswege.

Wat conservatoir beslag is

Het beslag ontneemt de schuldenaar niet zijn eigendom, maar zijn beschikkingsmacht. Betalingen of leveringen in strijd met het beslag zijn zonder waarde tegenover de beslaglegger. Daarmee is het instrument krachtig en tegelijk ingrijpend, want het treft de bedrijfsvoering nog voordat een rechter over de vordering heeft geoordeeld.

Verlof wordt gevraagd bij de voorzieningenrechter van de rechtbank waar de zaken zich bevinden, of bij een beslag dat niet op zaken ziet, waar de schuldenaar of de derde woonplaats heeft.

Wat de rechter toetst bij het verlof

De onderbouwingslast rust zwaar op de verzoeker. Een verwijzing naar een concernstructuur met vele vennootschappen is onvoldoende om vrees voor verduistering aan te tonen, en een vordering die niet met stukken is onderbouwd wordt afgewezen.

Dat de vordering deugdelijk is, betekent niet dat het verlof volgt. Het gerechtshof Amsterdam weigerde verlof voor bankbeslag ondanks een vastgestelde deugdelijke vordering, omdat de beslagene voor haar bedrijfsvoering over haar banksaldi moest kunnen beschikken en een cascade van vervolgbeslagen dreigde (ECLI:NL:GHAMS:2023:2625). Zie ook ECLI:NL:GHDHA:2025:1053 en ECLI:NL:GHARL:2025:1989 over onvoldoende onderbouwing.

Beslagobjecten en het effect op de bedrijfsvoering

Bankbeslag is doorgaans het meest acuut voelbaar: de bank moet het verschuldigde onder zich houden en een verklaring afleggen over wat zij aan de beslagene verschuldigd is. Betalingen in weerwil van het beslag zijn zonder waarde. Wie zich op bedrijfsschade beroept moet de gevolgen voor de continuiteit concreet specificeren, anders wordt dat niet snel aangenomen.

Beslag op onroerend goed wordt ingeschreven in de openbare registers en blokkeert levering, hypotheekvestiging en in de praktijk ook verkoop. Voor vastgoedinvesteerders is dit doorgaans het meest ingrijpende object, omdat transacties en financieringen voor langere tijd vastlopen.

Beslag op aandelen raakt de vennootschap niet rechtstreeks in haar bedrijfsvoering, maar treft de aandeelhouder in zijn beschikkingsmacht over het belang. Beslag op voorraad heeft het meest directe operationele effect, omdat de goederen niet vrij kunnen worden verkocht of verwerkt.

De termijn voor de eis in de hoofdzaak

De termijn kan op tijdig verzoek van de beslaglegger worden verlengd. Was de eis al ingesteld voordat het verlof werd verleend, dan bepaalt de rechter in het geheel geen termijn.

Ook een tijdig ingestelde eis geeft geen zekerheid: wordt de vordering in kracht van gewijsde afgewezen, dan vervalt het beslag eveneens van rechtswege op grond van artikel 704 lid 2 Rv.

Hoe u een beslag laat opheffen

De opheffingsgronden zijn niet limitatief. Genoemd worden onder meer verzuim van vormen op straffe van nietigheid, summierlijk gebleken ondeugdelijkheid van het ingeroepen recht, onnodigheid van het beslag, en het stellen van voldoende zekerheid. Daarnaast bestaan ongeschreven gronden, waaronder misbruik van bevoegdheid.

De bewijslast ligt bij wie opheffing vordert. Ook als ondeugdelijkheid aannemelijk is, volgt opheffing niet automatisch: de rechter weegt de belangen af, waarbij meeweegt dat het beslag verhaal moet waarborgen en dat de beslaglegger bij afwijzing van zijn vordering aansprakelijk kan zijn voor de schade.

Zekerheidstelling via een bankgarantie wordt in de praktijk doorgaans als voldoende aangemerkt en leidt meestal tot opheffing, tenzij de beslaglegger concrete tegenargumenten aandraagt (ECLI:NL:RBROT:2024:8242). Zie verder ECLI:NL:RBGEL:2025:6584 over een niet-opeisbare vordering en ECLI:NL:RBMNE:2026:3098 over gedeeltelijke opheffing.

Aansprakelijkheid voor onterecht beslag

Die aansprakelijkheid kent vier belangrijke grenzen. Vernietiging van een vonnis in hoger beroep leidt niet automatisch tot aansprakelijkheid, want beslissend is of de beslaglegger materieel toch een vordering blijkt te hebben gehad.

Op de beslagene rust een schadebeperkingsplicht. Wie niet tijdig opheffing vordert, kan de schade voor eigen rekening houden, ook als het beslag onrechtmatig was (ECLI:NL:RBAMS:2025:10668). Dit is de belangrijkste praktische les voor wie met een beslag wordt geconfronteerd: stilzitten kost geld.

De schade moet daarnaast in voldoende verband staan met het beslag. Een vordering tot vermogensschade strandde waar het beslagen appartement na opheffing juist voor een aanzienlijk hoger bedrag werd verkocht dan ten tijde van het beslag haalbaar was, zodat de mogelijkheid van schade niet aannemelijk was gemaakt (ECLI:NL:GHARL:2024:1112). En de risicoaansprakelijkheid geldt alleen voor de eigen ongegronde vordering, niet wanneer de deurwaarder zaken van een derde beslaat (ECLI:NL:RBOBR:2024:3453). Naast dit alles kan een volstrekt disproportioneel beslag misbruik van recht opleveren, met een hoge drempel.

De rol en de kosten van de deurwaarder

Dat betekent ook dat een fout van de deurwaarder niet zonder meer aan de opdrachtgevende beslaglegger wordt toegerekend. De deurwaarder geldt niet als hulppersoon in de zin van artikel 6:171 BW, omdat die bepaling restrictief wordt uitgelegd.

Bij derdenbeslag laat de deurwaarder de derde een afschrift van het exploot en een verklaringsformulier. Deurwaarderskosten van een beslag dat later wordt opgeheven kunnen als schadepost voor vergoeding in aanmerking komen wanneer zij nodeloos zijn gemaakt.

Veelgestelde vragen

Wat toetst de rechter bij een verzoek om conservatoir beslag?

De voorzieningenrechter toetst summierlijk of de vordering deugdelijk is, en weegt daarnaast de belangen van beide partijen. Ontbreekt die summiere deugdelijkheid, dan wordt het verlof geweigerd (ECLI:NL:GHDHA:2025:1053, ECLI:NL:GHARL:2025:1989).

De belangenafweging kan zelfstandig tot weigering leiden. Het gerechtshof Amsterdam weigerde verlof ondanks een summierlijk deugdelijke vordering, omdat de beslagene over haar banksaldi moest kunnen beschikken en een cascade van vervolgbeslagen dreigde (ECLI:NL:GHAMS:2023:2625).

De volledige toets staat beschreven in wat de rechter toetst bij het beslagverlof.

Hoe krijg ik een conservatoir beslag opgeheven?

Via een kort geding op grond van artikel 705 lid 2 Rv. Opheffing volgt onder meer wanneer summierlijk blijkt dat de vordering ondeugdelijk is, of wanneer voldoende zekerheid wordt gesteld. De rechtbank Rotterdam achtte aangeboden zekerheid in beginsel voldoende en liet ook de belangenafweging in het voordeel van de beslagene uitvallen (ECLI:NL:RBROT:2024:8242).

Opheffing kan ook gedeeltelijk, wanneer de vordering slechts deels ondeugdelijk blijkt (ECLI:NL:RBMNE:2026:3098). Beslag voor een niet-opeisbare vordering is mogelijk, maar vraagt bijzondere omstandigheden (ECLI:NL:RBGEL:2025:6584).

De routes naar opheffing staan in hoe u een beslag laat opheffen.

Ben ik aansprakelijk als het beslag achteraf onterecht blijkt?

Wie beslag legt voor een vordering die ongegrond blijkt, is in beginsel aansprakelijk voor de daardoor geleden schade. Die risicoaansprakelijkheid geldt voor de eigen ongegronde vordering, niet wanneer de deurwaarder zaken van een derde beslaat; daarvoor geldt een andere maatstaf (ECLI:NL:RBOBR:2024:3453).

De schade moet wel aannemelijk worden gemaakt. Een vordering strandde waar het beslagen appartement na opheffing juist voor een hoger bedrag werd verkocht dan ten tijde van het beslag haalbaar was (ECLI:NL:GHARL:2024:1112).

Zie voor de schadekant aansprakelijkheid voor onterecht beslag.

Moet ik na het beslag een bodemprocedure starten?

Ja. De voorzieningenrechter stelt bij het verlof een termijn vast waarbinnen de eis in de hoofdzaak moet worden ingesteld. Die termijn bedraagt ten minste acht dagen en wordt in de praktijk vaak langer gesteld. De termijn kan op tijdig verzoek worden verlengd.

Wordt de hoofdzaak niet binnen die termijn aanhangig gemaakt, dan vervalt het beslag van rechtswege. Zet de datum in de agenda op het moment dat het verlof binnenkomt.

De procedurele context staat in burgerlijk procesrecht.

Lees ook over het bredere onderwerp

Insolventie & herstructurering →

Verwante artikelen

Plan een eerste gesprek

We luisteren naar uw situatie en geven aan of, en hoe, wij u kunnen bijstaan.