Home › Ondernemingsrecht › Decharge van een bestuurder: wat het juridisch betekent
Decharge van een bestuurder: wat het juridisch betekent
Decharge is het AVA-besluit dat een bestuurder ontheft van interne aansprakelijkheid, maar werkt alleen tegenover de aandeelhouders zelf en alleen voor wat aan de vergadering bekend was.
In het kort
Decharge is het besluit waarmee de algemene vergadering van aandeelhouders een bestuurder ontheft van interne aansprakelijkheid voor zijn beleid in een bepaalde periode. De faciliteit werkt alleen tegenover de aandeelhouders zelf, en alleen voor handelen dat aan de vergadering bekend was of redelijkerwijs bekend kon zijn. Tegenover schuldeisers, de curator bij faillissement, of derden werkt decharge niet. Voor DGA's en bestuurders is het een belangrijk maar beperkt instrument.
Wat decharge juridisch is
Decharge (afkomstig van het Franse 'décharger', ontheffen) is een formeel besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders waarmee een bestuurder wordt ontheven van zijn aansprakelijkheid voor het door hem gevoerde beleid in een bepaalde periode. De aansprakelijkheid die wordt opgeheven is de interne aansprakelijkheid op grond van artikel 2:9 BW: de aansprakelijkheid van de bestuurder tegenover de vennootschap zelf voor onbehoorlijke vervulling van zijn taak.
Wat decharge niet is. Decharge is geen algemene schuldenkwijting. Het ontheft de bestuurder niet van persoonlijke schulden, geen contractuele verplichtingen, en geen aansprakelijkheid die uit andere rechtsverhoudingen voortvloeit. Het werkt uitsluitend tegen de specifieke claim van de vennootschap (en haar aandeelhouders namens haar) op grond van slecht bestuur.
Het rechtskader. Decharge wordt niet expliciet in de wet geregeld; het is een rechtsfiguur die zich heeft ontwikkeld in jurisprudentie en gangbare ondernemingspraktijk. De Hoge Raad heeft in een reeks arresten de werking en de grenzen vastgesteld. Belangrijke uitgangspunten: decharge is een eenzijdig besluit, vereist informed consent van de aandeelhouders, en heeft geen werking tegenover derden.
Twee soorten besluiten.
Algemene decharge. De aandeelhouders verlenen decharge voor het volledige bestuur in een bepaalde periode (bijvoorbeeld het afgelopen boekjaar). Dit is de gangbare vorm bij jaarlijkse vaststelling van de jaarrekening.
Specifieke decharge. De aandeelhouders verlenen decharge voor een specifieke handeling of beslissing. Bijvoorbeeld: een grote investering, een verkoop van een bedrijfsonderdeel, of een aandelenuitgifte. Dit komt minder vaak voor maar is bruikbaar wanneer een bestuurder zekerheid wil over een specifiek besluit.
Verschil met goedkeuring. Goedkeuring vooraf van een handeling (bijvoorbeeld een specifiek besluit dat de statuten aan AVA-goedkeuring onderwerpen) is iets anders dan decharge achteraf. Goedkeuring legitimeert een toekomstige handeling. Decharge ontheft van aansprakelijkheid voor reeds verrichte handelingen. Beide hebben hun eigen werking en beperkingen.
Wanneer en hoe decharge wordt verleend
Decharge wordt typisch verleend op een van de volgende momenten.
Jaarlijks bij vaststelling jaarrekening. Het meest gebruikelijke moment. De algemene vergadering bespreekt de jaarrekening, neemt deze (al dan niet) aan, en besluit doorgaans in dezelfde vergadering tot decharge voor het afgelopen boekjaar. In de notulen wordt het besluit afzonderlijk vastgelegd. Voor BV's met enkele aandeelhouders gebeurt dit vaak per ronde-tafel-besluit, voor grotere structuren in een formele vergadering.
Bij vertrek van een bestuurder. Wanneer een bestuurder uit functie treedt (vrijwillig of na onenigheid), is decharge een belangrijk onderwerp van gesprek. De vertrekkende bestuurder vraagt decharge om geen openstaande aansprakelijkheids-risico mee te nemen. De aandeelhouders kunnen dit verlenen, eventueel onder voorwaarden of met voorbehouden voor specifieke kwesties.
Bij overdracht van aandelen. Bij verkoop van een BV is decharge regelmatig onderdeel van de transactie. De koper wil duidelijkheid over wat er met het bestuur is gebeurd en welke aansprakelijkheidsclaims kunnen volgen. De verkopende DGA wil decharge om geen latere claims op zich te zien afkomen. De decharge wordt vaak gegeven onder verwijzing naar specifieke disclosures in de SPA en de data room.
Bij generatiewisseling in een familiebedrijf. Wanneer de overdragende generatie aftreedt en de jongere generatie aantreedt, is decharge een natuurlijk moment om de boekhouding van het verleden af te ronden. Voor de overdragende generatie is dit een belangrijke afsluiting; voor de aantredende generatie een uitgangspositie zonder onverwerkte claims.
Procedurele aspecten. Decharge moet expliciet zijn. Een stilzwijgende decharge ('zij hebben het toch goedgekeurd') wordt door rechters zelden geaccepteerd. Het besluit hoort in de notulen van de AVA, met heldere beschrijving van de periode en de scope. Een mondelinge decharge zonder schriftelijke vastlegging is fragiel en bij geschil moeilijk te bewijzen.
Wat decharge wel en niet dekt
De grenzen van decharge zijn in de jurisprudentie scherp afgebakend. De rechter kijkt of de aandeelhouders bij hun besluit voldoende inzicht hadden in wat ze wel en niet dechargeerden.
Wat decharge wel dekt. Decharge omvat in beginsel het beleid en de handelingen die aan de algemene vergadering bekend waren, of redelijkerwijs bekend konden zijn op basis van de gepresenteerde informatie. De jaarrekening, het bestuursverslag, eventuele bijlagen, en de mondelinge toelichting tijdens de vergadering vormen samen het 'inzicht' van de aandeelhouders. Wat daarin staat of redelijkerwijs uit afgeleid kan worden, valt onder de decharge.
Wat decharge niet dekt.
Verzwegen feiten. Wanneer de bestuurder bewust informatie heeft achtergehouden die de aandeelhouders zouden hebben willen weten, valt het verzwegen handelen niet onder de decharge. De Hoge Raad heeft dit in meerdere arresten bevestigd. Een bestuurder die zaken voor de aandeelhouders verbergt, kan zich daarvoor niet achter een algemene decharge verschuilen.
Fraude en opzettelijk schadelijk handelen. Decharge dekt geen handelingen die het ondernemingsbelang opzettelijk hebben geschaad, zelfs niet wanneer ze formeel in de jaarrekening zijn verwerkt.
Handelingen buiten het verleende inzicht. Wanneer specifieke transacties niet (afdoende) in de stukken zijn beschreven en de aandeelhouders daarover niet zijn geinformeerd, vallen die transacties niet onder de decharge.
Externe aansprakelijkheid. Decharge werkt nooit tegen claims van schuldeisers, derden, of de curator (zie volgende sectie).
Praktische test. Bij een geschil zal de rechter beoordelen: wat hadden de aandeelhouders kunnen weten op basis van de stukken die voor hen lagen? Hoe specifiek was de informatieverstrekking? Was er aanleiding voor specifieke vragen die niet zijn gesteld? Een algemene 'akkoord met de jaarrekening'-decharge biedt minder bescherming voor specifieke transacties dan een decharge waarbij die transacties expliciet zijn besproken.
Bewijslast. De bestuurder die zich op decharge beroept, moet aantonen dat het handelen waarop hij wordt aangesproken, viel binnen de scope van de decharge. De aandeelhouders die de decharge willen aantasten, moeten aantonen dat informatie was verzwegen of onvolledig was.
Beperkingen tegenover derden
De grootste beperking van decharge is dat het alleen werkt tussen bestuurder en aandeelhouders. Tegenover externe partijen biedt decharge geen bescherming.
Tegenover schuldeisers. Een schuldeiser van de vennootschap die schade lijdt door slecht bestuur (bijvoorbeeld door selectieve betaling, het laten oplopen van schulden bij dreigende insolventie, of misleiding) kan op grond van onrechtmatige daad of artikel 2:9 BW een individuele vordering instellen. Een verleende decharge door de aandeelhouders raakt zijn vordering niet.
Tegenover de curator bij faillissement. Bij faillissement treedt de curator op namens de gezamenlijke schuldeisers. Een vordering van de curator op grond van artikel 2:248 BW (kennelijk onbehoorlijk bestuur) is niet door decharge gedekt. Dit is een wezenlijke beperking voor DGA's: hoe vaak en hoe expliciet ook decharge is verleend, bij faillissement begint de curator opnieuw zonder de bescherming van die decharge.
Tegenover externe toezichthouders. Boetes van toezichthouders (Belastingdienst, AFM, ACM, gemeente) zijn niet door decharge te ontwijken. Wanneer een bestuurder persoonlijk wordt beboet voor specifieke wettelijke schendingen, blijft die boete staan ondanks decharge.
Tegenover individuele aandeelhouders met afwijkende informatie. Wanneer een minderheidsaandeelhouder kan aantonen dat hij specifiek werd misleid (bijvoorbeeld in een latere procedure over een aandelenuitgifte), kan ook deze individuele aandeelhouder vorderingen instellen die niet door de algemene decharge worden gedekt.
Implicaties voor bestuurder en bestuurder-DGA. Voor een bestuurder is het inzicht hierin cruciaal. Decharge biedt bescherming binnen de vennootschap, niet daarbuiten. Voor risicobeperking zijn aanvullende instrumenten nodig: bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering (D&O), goede dossiervorming, en heldere documentatie van bestuursbesluiten.
Strategische overwegingen bij geven en nemen van decharge
Drie momenten vragen om strategisch denken rond decharge.
Bij vertrek van een bestuurder. De vertrekkende bestuurder heeft belang bij een zo breed mogelijke decharge voor zijn periode. De achterblijvende aandeelhouders willen vaak een beperktere decharge, met voorbehouden voor onderwerpen die nog niet volledig zijn uitgekristalliseerd. Een gangbaar compromis: decharge voor het beleid zoals weergegeven in de jaarrekening, met expliciete voorbehouden voor specifiek genoemde onderwerpen die nog ontwikkeling kunnen krijgen.
Bij verkoop van een onderneming. In de SPA wordt vaak een specifieke regeling getroffen voor decharge. De verkopende DGA wil zekerheid dat de koper hem niet later via de vennootschap aanspreekt voor handelingen uit zijn periode. De koper wil voorbehouden voor onderwerpen die in de DD niet volledig naar voren kwamen. De combinatie van decharge en vrijwaringen wordt zorgvuldig afgewogen.
Bij generatiewisseling. Bij een familiebedrijf dat wordt overgedragen aan de volgende generatie, is decharge een natuurlijke afsluiting van de overdragende generatie's tijd. Het maakt voor zowel de overdragende als de aantredende generatie de positie helder. Voorbehouden zijn hier minder gebruikelijk, omdat het familiebelang de boventoon voert.
Wat de overdragende partij wil regelen. Naast decharge wordt vaak gevraagd om: een vrijwaring voor specifieke risico's (fiscaal, milieu), een ondersteuning bij eventuele claims uit de periode (kosten en advocaten), en een bevestiging dat de aandeelhouders geen actuele kennis hebben van openstaande aansprakelijkheids-risico's. Deze drie samen bieden meer bescherming dan decharge alleen.
Wat de andere partij wil regelen. Voorbehouden voor: specifieke onderwerpen die nog niet zijn uitgekristalliseerd, fiscale aanslagen die nog kunnen volgen, openstaande arbeidsclaims, en milieu-aansprakelijkheden bij vastgoed. De voorbehouden moeten specifiek zijn; algemene voorbehouden ('alle nog onbekende risico's') hollen de decharge volledig uit en zijn doorgaans niet werkbaar.
Praktische tips
Vraag decharge expliciet en specifiek. Een algemene 'decharge volgens jaarrekening' biedt minder bescherming dan een decharge waarbij specifieke transacties of beslissingen zijn benoemd. Wanneer u zekerheid wilt over een grote investering, een aandelenuitgifte, of een verkoop, vraag dan expliciet om decharge daarvoor.
Documenteer wat aan de vergadering is gepresenteerd. De stukken die de aandeelhouders bij de besluitvorming hebben gehad, bepalen mede de scope van de decharge. Een goede documentatie (jaarrekening, bestuursverslag, bijlagen, eventuele specifieke memo's, notulen van de vergadering) is een belangrijk archief voor latere toetsing.
Bij vertrek: regel decharge voor de actuele periode. Wanneer een bestuurder tussen twee jaarafsluitingen vertrekt, is een decharge voor de periode sinds de laatste jaarafsluiting tot het vertrek gangbare praktijk. Dit voorkomt dat de bestuurder een 'onafgemaakte' periode meeneemt waarvan de aansprakelijkheidspositie pas bij de volgende jaarafsluiting wordt afgehandeld.
Begrijp de grenzen. Decharge dekt geen externe aansprakelijkheid (curator, schuldeisers, toezichthouders), geen verzwegen feiten, en geen fraude. Voor compleet risicobeheersing zijn aanvullende instrumenten nodig. Een D&O-verzekering, een goed dossier, en in specifieke situaties vrijwaringen door de aandeelhouders, vullen elkaar aan.
Bij twijfel: laat het besluit juridisch beoordelen. Een gewicht-decharge bij een grote transactie of bij vertrek van een sleutelfiguur verdient een juridische check vooraf. Een ervaren ondernemingsrechtadvocaat kan de tekst zo formuleren dat de scope helder is, dat voorbehouden goed zijn afgebakend, en dat het besluit in latere procedures stand houdt.
Combineer met goede notulen. Een dechargebesluit alleen is minder waardevol dan een dechargebesluit gecombineerd met heldere notulen die laten zien wat er is besproken, welke vragen zijn gesteld, en welke informatie is verstrekt. Voor de bestuurder is dit zijn belangrijkste verdediging bij latere claims.
Veelgestelde vragen
Wanneer is decharge geldig?
Decharge ontslaat een bestuurder van aansprakelijkheid voor de in de jaarrekening gepresenteerde feiten over de betreffende periode. Belangrijke beperkingen: decharge geldt alleen voor wat de aandeelhouders bekend was of redelijkerwijs konden weten, dekt geen externe aansprakelijkheid jegens derden of de fiscus, en biedt geen bescherming bij faillissement onder artikel 2:248 BW.
Wat is decharge en wanneer geldt het wel of niet?
Decharge is het besluit waarmee de aandeelhouders een bestuurder ontheffen van interne aansprakelijkheid voor zijn beleid in een bepaalde periode. Het werkt alleen tegenover de aandeelhouders, en alleen voor wat aan de vergadering bekend was of redelijkerwijs bekend kon zijn. Het werkt niet tegenover de curator bij faillissement, niet tegen schuldeisers, niet tegen externe toezichthouders, en niet voor verzwegen feiten of fraude. Voor DGA's een belangrijk maar partieel beschermings-instrument. Lees verder.
Welke aansprakelijkheid loopt een bestuurder van een vastgoed-BV?
Drie wettelijke gronden. Artikel 2:9 BW voor interne aansprakelijkheid bij onbehoorlijk bestuur. Artikel 2:248 BW voor kennelijk onbehoorlijk bestuur bij faillissement. Artikel 6:162 BW voor onrechtmatige daad jegens crediteuren. Bij vastgoed-BV's spelen specifiek selectieve betaling, paulianeuze handelingen en boekhoudplicht een grote rol.
Wanneer is een bestuurder aansprakelijk bij faillissement?
Artikel 2:248 BW maakt een bestuurder aansprakelijk voor het tekort in een faillissement bij kennelijk onbehoorlijk bestuur in de drie jaren voorafgaand. Wettelijk vermoeden van kennelijk onbehoorlijk bestuur ontstaat bij niet-tijdige publicatie van de jaarrekening of niet-voldoen aan de boekhoudplicht. Verweer is mogelijk, maar vereist bewijs dat het tekort niet aan onbehoorlijk bestuur te wijten is.
Wanneer ben ik als bestuurder aansprakelijk bij faillissement?
Op grond van artikel 2:248 BW bij kennelijk onbehoorlijk bestuur dat een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Belangrijke risicofactoren: niet-tijdige deponering van de jaarrekening (binnen vijf maanden plus eventuele uitstellen), structurele overschrijding van de uitkeringstoets bij dividend, doorgaan met zaken bij wetenschap dat schuldeisers niet meer betaald kunnen worden, en selectieve betaling van schuldeisers in de aanloop. Een goede dossiervorming en tijdige juridische analyse bij financiele problemen kan persoonlijke aansprakelijkheid voorkomen. Lees verder.
Lees ook over het bredere onderwerp
Ondernemingsrecht →Verwante artikelen
Plan een eerste gesprek
We luisteren naar uw situatie en geven aan of, en hoe, wij u kunnen bijstaan.