Wanneer een faillissement is uitgesproken, gaat in de eerste twee weken meer in beweging dan de meeste bestuurders verwachten. Vier acties van de curator die in die periode standaard plaatsvinden, en wat ze betekenen voor wie nog medewerking moet of wil verlenen.
In faillissement valt de regie binnen 24 uur weg. Het oude bestuur verliest beheer- en beschikkingsbevoegdheid (art. 23 Fw), de curator wordt aangesteld door de rechter-commissaris, en alles begint te lopen volgens een vast patroon. Wat in de eerste twee weken gebeurt, bepaalt voor een groot deel hoe de afwikkeling daarna verloopt — en hoe de positie van de bestuurder wordt beoordeeld. Vier acties die de curator standaard onderneemt in die periode.
1. Bezoek aan het kantoor en zekerstelling van de administratie
Vaak in de eerste 48 uur, soms al de eerste werkdag, komt de curator (of een medewerker) ter plekke. Doel: fysieke zekerstelling van de administratie, sleutels, IT-systemen, kasvoorraad, en eventuele waardepapieren. Het bestuur is op grond van art. 105 Fw verplicht om alle inlichtingen te verschaffen en de boekhouding ter beschikking te stellen.
Wat hier vaak onderschat wordt: de inlichtingenplicht is breed en streng. Niet alleen formele jaarstukken, maar ook e-mailverkeer, WhatsApp-conversaties over zakelijke beslissingen, schaduwboekhoudingen, en mondelinge afspraken vallen eronder. Onvolledige medewerking — ook als die voortkomt uit haastig opruimen of paniek — kan later worden uitgelegd als verzwijging en strafrechtelijke gevolgen hebben (art. 194 Sr). De praktische regel: lever alles aan, ook wat ongunstig oogt, en houd contact met een eigen advocaat over wat onder verschoningsrecht valt.
2. Inventarisatie van vorderingen en verkoop van vermogen
Vrijwel direct begint de curator met het in kaart brengen van debiteuren, voorraad, inventaris en eventueel onroerend goed. De boedel moet liquide worden gemaakt. Vorderingen op derden worden geïnd, voorraad wordt verkocht (vaak via een veiling of een snelle onderhandse verkoop), en lopende contracten worden beoordeeld.
Voor bestuurders met intercompany-vorderingen of zakelijke leningen aan de gefailleerde BV: deze worden onverkort beoordeeld op zakelijkheid en preferentie. Stel dat u in de jaren voor het faillissement aan uzelf bent gaan terugbetalen op een bestuurderslening: de curator kan zich beroepen op de Pauliana (art. 42 Fw) en die betalingen terugvorderen. Wie dit ziet aankomen voordat de curator komt, kan beter vooraf afstemmen met een eigen advocaat over wat verdedigbaar is.
3. Onderzoek naar bestuurdersaansprakelijkheid
In bijna elk faillissement onderzoekt de curator of er gronden zijn voor aansprakelijkstelling van bestuurders op grond van art. 2:248 BW (kennelijk onbehoorlijk bestuur) of art. 2:9 BW (interne aansprakelijkheid). Het standaardvertrekpunt: zijn de jaarstukken op tijd gedeponeerd (art. 2:394 BW)? Te late deponering creëert een wettelijk vermoeden van onbehoorlijk bestuur, met omkering van bewijslast.
Verder gaat de curator kijken naar Beklamel-handelen (transacties aangaan terwijl bekend was dat verplichtingen niet meer konden worden nagekomen), selectieve betalingen (wel de eigen leverancier betalen, niet de Belastingdienst), en transacties met gelieerde partijen in de drie jaar vóór het faillissement. Dit onderzoek loopt naast de gewone afwikkeling — bestuurders krijgen er meestal pas bericht over wanneer de curator concrete vragen heeft of wanneer al een sommatie is opgesteld.
4. Beoordeling van lopende contracten en arbeidsovereenkomsten
De curator kan lopende overeenkomsten gestand doen of opzeggen (art. 37 Fw). Voor wederpartijen: u hebt het recht om de curator een redelijke termijn te stellen waarbinnen hij moet beslissen. Doet hij dat niet, dan vervalt het gestanddoeningsrecht.
Bijzondere aandacht voor arbeidsovereenkomsten: deze worden door de curator opgezegd met een opzegtermijn van maximaal zes weken (art. 40 Fw), waarbij de loonvordering door het UWV wordt overgenomen. Voor bestuurders die zelf nog op de loonlijst stonden geldt een fijne nuance: de bestuurder/grootaandeelhouder valt vaak buiten de werknemersverzekeringen, dus geen UWV-overname. Reken niet automatisch op loonbetaling vanuit de boedel.
Wat hieruit volgt
De eerste 14 dagen na een faillissement zijn voor bestuurders een combinatie van verplichte medewerking en strategische voorbereiding op wat daarna komt. Wachten met juridische bijstand tot de curator concrete vragen stelt is bijna altijd te laat — op dat moment is uw verklaring al gegeven, uw e-mailverkeer al overhandigd, en uw eerste reactie al genoteerd. Wie weet wat de curator standaard doet, kan zijn eigen positie beter beschermen vanaf dag één.
Plan een eerste gesprek
We luisteren naar uw situatie en geven aan of, en hoe, wij u kunnen bijstaan.